Code Oranje over Bekveld

053Het is weer zover. Er kan geen moment zomer heersen of er volgt weer een Code Oranje op. Of het zal hozen zoals in het westen van het land, is de vraag. Maar met het vee op stal, de vogels, vlinders en libellen schuilend tussen het loof en de mensen op verre vakantie of thuis veilig achter het venster naar buiten kijkend, of zoals uw verslaggever te velde fotograferend, hopen we maar op de goede afloop.

 

Advertenties

Familiebedrijven

DSC05281Het mag dan in het verstedelijkt Nederland een uitstervend verschijnsel lijken, in de Achterhoek en dus ook in Bekveld, blijkt het familiebedrijf nog steeds de ruggengraat van de economische bedrijvigheid te zijn. In deze buurtgemeenschap wemelt het dan ook van de bedrijven die familiair geëxploiteerd worden.

Zo zie je in de melkveehouderij van Jan en Anniet Steenblik dat zoon en Ruben en zijn schone gade klaarstaan het bedrijf voort te zetten. En bij namen als Riefel, Wissels, Harmsen, Hilderink en Bobbink, om er enkelen uit te lichten, klinkt een genealogische achtergrond door die vaak tot verre voorouders reikt.

Voor het Groenaannemingsbedrijf van de Bekveldse coryfeeën Wim en Lianne Jansen, staat ook het nageslacht gereed het bedrijf voort te zetten, voor mochten Wim en Lianne besluiten het leven in rust voort te zetten. Zo vertelde hun zoon dat hij weldra in studie gaat om zich verder te bekwamen in de grondroerselen die het Bekveldse landschap toch al eeuwenlang gemaakt hebben tot wat het nu is. Een landschap dat niet alleen mooi oogt maar ook productief is.

Alles wat met de grond en dat wat er voor het levensbehoud uit te oogsten valt, speelt in Bekveld een eeuwenlange rol van betekenis. Zonder dat geen eten en drinken. Daarom in Bekveld veel voor de mensheid nuttige bedrijvigheid op het gebied van de voedselvoorziening. En zolang er nog kinderen zijn die hun ouders daarin opvolgen is de hoop op voortzetting van deze Nederlandse glorie verzekerd. Helaas zijn er ook jonge Bekvelders die dolgraag boer zouden willen worden, maar door tal van omstandigheden het voor de gehele mensheid nuttige beroep waarschijnlijk nimmer zullen uitoefenen.

In de grote stad wil men wel graag eten, en als het even kan Michelinster gestuurd. Maar dat al dat lekkere eten van zwaar geploeter in of op de weerbarstige grond afkomstig is, is de ver van hun bed-show waar ze maar liever met een boog omheen lopen. De melk komt immers van het pak en niet uit de uier van de koe.

Dat er dus nog mensen zijn die zich de moeite getroosten tegen alle stadse morele mores en de bureaucratische jungle in het zware werk aan het land willen doen, zullen de nuchteren onder ons zeer waarderen. En dat dat in familiebedrijven heel goed functioneert, mag niet aan de aandacht ontsnappen. Het is dan ook geen toeval dat in de Achterhoek en dus ook in Bekveld het familiebedrijf nog steeds levendig is.

Ooit was Nederland het eldorado van de pioniers- en koopmansgeest en groeiden familiebedrijven tot wereldformaat uit. Dat de wereld op dit moment de piepers van Aviko, Wullink en Schuerink eet en over de schouders van Nederlandse veeboeren de kunst komen afkijken, hebben we aan familiebedrijven te danken. En het moet nog maar eens gezegd dat Nederland schatplichtig is aan de families die het boerenbedrijf eeuwenlang ondanks de ziedende zee, de kolkenende rivieren, de droogte- en natperioden, de ploegscharen door de weerbarstige grond trokken om het volk uit de klauwen van de voedselschaarste te redden.

Daarom was het mooi Wim Jansen en zijn zoon grondroerselen te zien plegen, ook al was het deze keer op ons eigen erf en zonder het oogmerk voedsel te produceren.

 

Hitte en fauna

SONY DSCDe zon ging gisteren even schuil en dat schonk de moed weer eens door het veld te gaan om de plaatselijke fauna te schouwen. Deze keer aan de andere kant van het Hengelse Zand, waar het plaatselijke gedierte onder de loep, door de verrekijker of met het oog van de camera geobserveerd werd. Ondanks het tijdelijk schuilgaan van de zon toch een verzengende hitte, die nog leek toe te nemen naarmate de dazen lastiger werden. En deze keer wonnen de dazen het, want uw verslaggever te velde keerde ondanks het driftig wapperen met de handen gewond huiswaarts. Uiteindelijk kwam de zon toch nog achter de wolken vandaan en was het echt even afzien.

In het door Staatbosbeheer beheerde gebied aan de Veengoot, waar dit jaar tot schade en schande en in tegenstelling tot voorgaande jaren heel erg vroeg gemaaid werd, bleken gelukkig niet alle boomkikkers door de brute messen tot mootjes gehakt te zijn.

Waarom in het gebied waar de bedreigde en wettelijk beschermde boomkikker en vele wettelijke beschermde vlinders hun leefgebied hebben, het mes er zo vroeg in moest, is onduidelijk. Het gebied eerst van de voedselproducerende boer ontfutselen om er vervolgens flink tekeer te gaan, roept vragen op. Temeer daar het meeste aanbod van fauna vooral te vinden is in de houtwallen die, o ironie, door de boer zelf ooit aangelegd zijn en niet het gevolg zijn van de grondroerselen van Staatsbosbeheer.

Voor Sharon Dijksma, die toch de scepter zwaait over Staatsbosbeheer, misschien reden nog eens flink achter de oren te krabben over haar eigen bedrijf. En zijn het juist haar Vroege Vogels niet die adviseren niet te vroeg te maaien?

Dit alles kon echter niet verhinderen dat er toch aardig wat boomkikkers niet tot filet americain gesneden waren. De amfibieënsoort die dus als zeldzaam voorkomend aangeduid wordt, klauterde bij het zien van ondergetekende vaardig naar hogere sferen. En het zijn echte klimapen onder de kikkers en mooi om te zien hoe behendig ze zich aan steel of blad vasthechten.

SONY DSCOp naar hogere sferen.

Naast de boomkikkers en de vlinders die van ondergetekende ook een warme aandacht genieten, was de andere passie, de libellen, ook redelijk vertegenwoordigd. Met hierbij vooral het bloedmooie rood van heidelibellen.

SONY DSCOp de loer.

 

Ooit werd ik in de nazomer en rustend in verkoelende ruigtekruiden overvallen door een tiental heidelibellen, dat mij als een lanceerbasis voor aanvallen op prooien gebruikte en met hun superfijne tarsjes fluweelzacht mijn gezicht kriebelden. Maar vergis u niet, hoe fijn die tarsjes ook aanvoelen, libellen zijn ware moordenaars. Gelukkig gespecialiseerd in beesten die wij liever kwijt dan rijk zijn, dus wilde ik ze graag ten dienste zijn het stekende tuig van het leven te beroven.

SONY DSCMooi rood is niet lelijk.

Nog onlangs getuige van een boerenbruiloft, deze zondag werd ook getrouwd. Een icarusblauwtje liep geen blauwtje bij een wijfje en mocht doen wat heren kennelijk graag doen om de soort in stand te houden. En omdat vlinders niet op huwelijksreis gaan, gingen ze dan ook meteen aan de slag met hun genoeglijke taak.

SONY DSCHuwelijksplechtigheid.

Volgens de Vlinderstichting pieken de vlinders dit jaar vroeger. De afgelopen weken waren het rondom de Koningsweg vooral de koevinkjes die zover ik kijken kon rondfladderden. Ik telde er duizenden. Inmiddels is de vlindervariëteit flink toegenomen en is het bijna niet meer bij te benen.

SONY DSCKoevinkje.

Op een pluk leverkruid het vreedzaam samenleven van drie vlindersoorten, was ook zo’n vreedzaam zondags moment. Daarom koevinkje, bruin zandoogje en landkaartje dan ook maar meteen voor het nageslacht vastgelegd.

SONY DSCVreedzaam.

Teruggekeerd van de andere kant van het Hengelse Zand trok een weldadig onweergebied over Bekveld een verkoelend spoor. Zo’n zondag was het dus.

SONY DSCKleine vuurvlinder maakt geen bosbrand.

SONY DSCBruine daguil knapt een uiltje.

SONY DSCMevrouw heidelibel is niet rood.

SONY DSCHeidelibel doet ook aan acrobatiek.

 

 

 

“Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan…” Afl 6: naoberschap

GezelligOm me van de loden last te verlossen en meteen ook maar met de deur in huis te vallen naoberschap kwam in mijn prille jeugd ook in de oude stadsdelen van Den Haag voor, maar alleen werd het niet zo genoemd. De strikte regels die aan die versie van het naoberschap kleefden werden dan ook minder precies omschreven maar lagen in het gevoelsleven van de mens opgeslagen. In grote lijnen hield het in dat je met de buren lief en leed deelde en hen niet, zoals regelmatig in het nieuws komt, maanden dood achter de voordeur lieten ontbinden tot de vliegen aan de binnenzijde van de vensters een donker gordijn vormden. Waarmee ik niet wil beweren dat dit nimmer op het platteland kan gebeuren, maar opvallend vaak betreffen dit soort macabere berichten toch de stad. En in het Den Haag waar ik als kind opgroeide kwamen dergelijke berichten dan ook niet voor, want voorkomen is beter dan genezen, vond men toen terecht.

Naoberschap is eigenlijk niets anders dan wat men in grootsteeds woordgebruik als medemenselijkheid aanduidt en feitelijk op het begrip menslievendheid dobbert: het onder elkaar regelen van de dingen teneinde het aardse bestaan te verlichten.

Filosofen hebben daar indrukwekkende levenswerken aan gewijd, maar in de Achterhoek bestond het al eeuwenlang onder de titel naoberschap. Men had zich het schrijven en aanschaffen van dergelijke boeken kunnen besparen als men maar doodgewoon had gekeken naar wat in de Randstedelijke arrogantie als volkscultuur aangeduid wordt, maar wat in werkelijkheid een puur rationele levenshouding is.

Dat er strikte regels verbonden zijn aan het naoberschap is in feite helemaal niet zo gek en zeker zeer nuttig te noemen. In een buurt komen wonen en je even fatsoenlijk voorstellen aan de buurt, is er eentje van. Al werd dat in mijn prille jaren in Den Haag geen buurt maken genoemd, het was in wezen hetzelfde. Zo wist je welk vleesch je in de kuip had, van de hoed en de rand, was het ijs gebroken en kon je te hulp schieten als dat nodig mocht zijn. Want is het niet zo dat onbekend onbemind maakt?

Toen bij onze buren een kind geboren werd, het betrof nog de vroege schrale jaren vijftig van de vorige eeuw, dan werden het wiegje en de kinderbox even naar de overkant gesjouwd. En het fijne van burenhulp was dat het wederkerig toegepast werd, dus niet slechts uit nemen, maar ook uit geven bestond.

Het beroemde kopje suiker bij de buren lenen, is er een historisch onderdeel van. Kinderkleertjes die niet meer nodig waren omdat vader en moeder besloten hadden toch maar een punt te zetten achter de babyboom, werden gewassen en keurig opgevouwen overgeheveld naar wie het meer nodig had.

Wie het geluk trof het schip met geld aangemeerd te krijgen, of gewoon op de lat durfde te kopen, kreeg als eerste televisiebezitter van de straat alle kinderen voor Dappere Dodo op bezoek. Bij de Wereldkampioenschappen Voetbal van 1958 waaraan Nederland niet eens meedeed, zat de huiskamer vol met handenwringende mannen uit de straat.

Deze prachtige formule leverde niet alleen veel nut op, maar ook vriendschappen zoals je die nog in Bekveld ziet en die het mogelijk maken zoiets moois als een familiefietstocht, een paasvuur, een boerenbruiloft of een broek-uut fuif tot een groot succes te maken. Het grote geluk zit hem namelijk niet in een massa materiële zaken, maar in de kleine dingen die tot tevredenheid leiden. Zie je in de grote stad de mens het levensgeluk als een recht opeisen en kapitalen uitgeven in de eindeloze zucht naar het visioen geluk, op het platteland, en dus in Bekveld, zie je blije gezichten over de gewoonste dingen.

Daarom wordt aan deze kant van het digitale scherm niet alleen gehoopt op het voortbestaan van het naoberschap, maar het ook geboden. Al was het maar omdat ondergetekende weet hoe het nu in de Randstad toegaat, waar mensen die jaren naast elkaar wonen vreemden voor elkaar zijn en elkaar daarom ook niet behulpzaam zijn in het delen en lenigen van leed. Dus, prima Achterhoeks exportartikel, dat naoberschap. Grote kans echter dat ze er in de Randstad niet op zitten te wachten want daar bellen ze gewoon Vadertje Staat als het even tegenzit.

Vorige afleveringen van de reeks:

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/25/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-1-de-aardappelkelder/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/28/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-2-carbidschieten/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/30/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-3-de-midwinterhoorn/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/07/05/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-4-verenigingsleven/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/07/15/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-5-liemkoul/

 

“Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan…” Afl 5: Liemkoul

zwischen 1652 und 1677 kleinDat Bekveld genoemd wordt in de enige echte encyclopedie die niet breeduit in de boekenkast staat en daarom ook niet halfjaarlijks afgestoft hoeft te worden, bewijst dat er met Bekveld rekening gehouden dient te worden. Bekveld wordt dus in Wikipedia genoemd. Dat Wikipedia ook verwijst naar het Verpondingskohier 1650 maakt het makkelijker iets meer van de historie van Bekveld te begrijpen. Op de website van Old Hengel wordt dat nog eens verduidelijkt:

In een Verpondingskohier uit 1650 komen veel namen van boerderijen en eigenaren ons bekend voor. Ze bestaan ook in de 21e eeuw nog, of anders afgeleiden ervan. De verponding was een vorm van grondbelasting welke werd geheven onder alle roerende goederen; de baten vloeiden toe aan de Staten van Gelderland. De aanslagen werden in een zwierig schrift in het Verpondingskohier genoteerd. Vele goederen waren een Zutphens leen en werden ook al vermeld in de oude leenaktenboeken van het graafschap Zutphen. Vermeld worden de namen van de havesathen, boerderijen en losse gronden, met daarachter de naam van de eigenaar.

In het deel dat over Bekveld handelt, staat te lezen:

Die adellijke havesathe MEIJERINK: die jofferen van Kervenheim.

Het Meijerink was de voorloper van ’t Kervel. Als goed vormde het oorspronkelijk een onderdeel van het goed Bruil. In de beleendakten werd het al in 1422 genoemd. Ook in 1598, wanneer Vijth Christoffel van Munster ’t Bruil als een Zutphens leen ontvangt, wordt in de betreffende akte vermeld, dat “hierin gehoren het goet Meijerinck ende Cleyn Ryffelerskamp”.

1651 Wyse van Kervenheim, 1670 Anna Sybilla Vrijdach (nadat deze verschillende malen geld op het huis en op de Olde Kaste had opgenomen werd dit onderpand verwonnen door Johan Everart Canisius van der Heiden), 1712 G.W.J. van der Heiden, 1752 J.E.G. van der Heiden. Vanaf ca. 1750 ’t Kervel?

Fam. Van der Heiden (hadden heel veel bezittingen in omgeving) tot 1868, daarna fam. Von Twickel.

Totale opp. Toen ca. 900 ha. Tot ’t Kervel behoorden boerderijen Lenselink, Leemkuil. Horstink, Bruil, ’t Klooster, Heerink, Elferink, Jolink, Groot Roessink en enkelen in Zelhem, alsmede het Wolfersveen.

FOCKINK: Zutphens leen: 1326 Gerhard van Menghorst, 1500 Aleyt van Baer, 1568 Engelbert van Bremt, 1640 Coenraad van Munster.

KLEIJNE BANNINK: Derk Wockink

GROOT ELLERDINK: erven Middeldorp. In 1667 Zutphens leen: 1675 Engelbert van Woldenborch, 1716 fam. Van Doetinchem

BERENSCHOT: Lennep tot Emmerik

KLEIJN ELLERDINK: Gerrit Ellerdink en Peter Ventenhorst

WILDERCAMP: erven Horstink

KLEIJNE MENTINK: Goossen Buninck. Zutphens leen: 1403 Lambert Mentinck, 1681 Tyman Stuyrman tot Stoltenberch; in 1727 bij goed Brunrinck gevoegd.

GROTE MENTINCK: Margareta Lettinck. Zutphens leen: 1378 Albrecht Myntinge, 1607 Sweentgen Lettinck, 1696 Johan Rentgen, 1804 G.J. Liesen

KEUR: weduwe Loman

KOPPELE: in 1534 bezit St. Catharina-vicarie te Hengelo

RUNNEBOOMS HOF: weduwe Van Ingen tot Campen

BRUINDERINKS CAMP: Willem Eggink’s kinderen

DUICKELBORG: Derk Roessink

BRUNERDINK: Hardenberch’s kinderen. Zutphens leen: 1378 Rycquijn Brunryngh, 1417 Johan Stenderdinck, 1644 Cristina van Hardenberch, echtgenote van jonker Sondach van Munster, 1727 Johan van Essen.

TACKINCAMP: weduwe Everwijns binnen Arnhem

AVERENCK: Roelof Hendrick van Munster. Zutphens leen: 1378 Berent ’t Averenge, 1484 Steven van Kervenheim, 1727 Johan van Essen.

Dit was een kasteel omgeven door een gracht met brug, dichtbij boerderij Bruinderink. In 1870 afgebroken, laatste eigenaar jonkheer Steengracht van Duivenvoorde.

GIELINKSLAG: jonker Engelbert van Munster

LENSELINK: jonker Vijth Christoffel van Munster

WEPPELE: jonker Sondach van Munster

Havesathe LEEMKUYL: jonker Vijth Christoffel van Munster. 1793 fam. Van der Heiden.

BRUYL: jonker Vijth Christoffel van Munster. Zutphens leen: 1380 Griet van Breule, 1422 Albert Meyerinck ten Breule, 1422 Steven van Kervenheim, 1528 Jutte van Kervenheim, echtgenote van Christoffel van Munster, 1598 jonker Vijth Christoffel van Munster, 1666 Hendrick van Pallant, 1752 Sophia van Gent.

RIEFELER: half St. Anthonis Grote Gilde en half St. Annen Gilde.

Snuffelend in het digitale cartografisch archief van de Universiteit van Bern, stuit je vervolgens op kaarten uit de zeventiende eeuw, die wat Bekveld en omgeving betreft een paar details verduidelijken. Namelijk, dat er tussen Baeck en Wichmont een galg gestaan heeft waar in de schemering nog kraaien en raven rondom gevlogen moeten hebben in de hoop van de misdaad ook een “graantje” mee te kunnen pikken.

Wat Bekveld zelf betreft, is op een kaart van Nicolai Visscher waarvan de herkomst tussen 1652 en 1677 geschat wordt, sprake van een Liemkoul, waar zeer waarschijnlijk het huidige ’t Leemkuil mee bedoeld wordt. Andere vroegere benamingen als Lemkulen, Lhemcuijl en Lhemkhuill, kwamen ook voor. Omdat er gesproken wordt van Havesathe De Leemkuyl, valt ook te begrijpen dat Frans Hilderink, die ik recentelijk sprak over het gebied dat hij en zijn vrouw met genoegen bewonen, wist te vertellen dat er mysterieuze verhalen gingen over de resten van een kasteel die hem via de overlevering bereikten. Een havezate mag dan misschien niet in alle gevallen een kasteel betreffen, maar heel erg ver zaten die mysterieuze verhalen er niet naast. Zo ook mag de oude kaart van Nicolai Visscher getuigen, waar met een fijne ganzenveder of rietpen (de stalen pen werd pas vanaf circa 1800 in gebruik genomen) een bouwwerk ingetekend is dat op het bestaan ervan lijkt te duiden.

Hoe belangrijk een leemkuil in vroegere tijden was, zal later op deze plek nog eens nader belicht worden, maar in Bekveld kraait de historie victorie bij de gedachte aan zo veel ouds.

 

Vorige afleveringen van de reeks:

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/25/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-1-de-aardappelkelder/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/28/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-2-carbidschieten/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/06/30/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-3-de-midwinterhoorn/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2014/07/05/van-oude-menschen-de-dingen-die-voorbij-gaan-afl-4-verenigingsleven/

 

Bekvelds mooiste wint op koninklijk feest in het Gelderse Hengelo

DSC05261Gezien het zeer aangename leefklimaat heeft uw verslaggever te velde wel eens de neiging de Achterhoek het Frankrijk van Nederland te noemen. Echter, zijn de Fransen erin geslaagd in amper een eeuw tijd drie koningen en twee keizers af te zetten, in het Gelderse Hengelo en omgeving worden ieder jaar koningen gekroond. De kermis in dit mooie dorp wordt dan ook jaarlijks opgeluisterd met een kermisoptocht waarbij de koningen en hun gemalinnen hartelijk toegejuicht worden.

Zo ook de fiere koning Frans III, die zo genoemd wordt omdat hij er in geslaagd is zichzelf twee keer op te volgen. Waren de Franse koningen en keizers door schotenwisselingen afgezet, Konings Frans III kwam eveneens door schotenwisselingen aan de macht, zij het niet om de aanhangers van zijn opponenten op de vlucht te jagen, maar door een vogel van zijn sokken te schieten. Marianne Thieme hoeft echter niet te klagen, schutterskoning Frans Hilderdink kwam zonder bloedvergieten aan de macht want de vogel is van vlees noch bloed. Voor boomknuffelaars is het echter droevig te moeten melden dat de vogel van hout is.

Mocht het misschien sjofel aandoen dat Frans III en zijn gemalin op een shovel door Hengelo gereden werden, het koninklijk paar kon zo wel boven het Achterhoeks maaiveld uit gehesen worden, en zelfs in die mate dat Frans III even uit de hoogte kon doen.

DSC05188Frans III doet uit de hoogte.

Heugelijk feit bij de kermisoptocht 2014 was echter niet alleen het passeren van de schutterskoningen en hun charmante gemalinnen, maar ook de inmiddels beroemde praalwagen historisch Bekveld die bij de Keijenborgse kermisoptocht dit jaar al een derde prijs in de wacht sleepte, en (houdt u zich maar even aan de stoelleuning vast) gisteren de eerste prijs van de gehuurde praalwagens wist te verwerven. En dat “gehuurde” betekent niet dat de wagen gehuurd is, maar al aan een eerdere kermisoptocht deelnam. Ook betekent het dat de bouwers die tot in de nachtelijke uurtjes en in het diepste geheim samenkwamen om Bekveld beroemd te maken, die taak met groot succes volbracht hebben. De harde werkers komt dus alle lof toe.

DSC05084Voor de kermistocht begint.

Dat na de bekendmaking en de prijsuitreiking de Bekveldse bouwers en hun sympathisanten voor het imposante café-restaurant Leemreis een samenscholing organiseerden om de prijs feestelijk te vieren, kon dan ook niet uitblijven. Over Bekvelders mag veel beweerd worden, maar niet dat ze ongezellig zijn.

DSC05251In spannende afwachting van de uitslag.

En dat blijkt ook uit de traditie dat na de uitslag, de prijsuitreiking en het heffen van vele glazen gerstenat een tocht naar de gezellige eetgelegenheid van Langeler, waar in de keuken Hans Langeler de gasten altijd weer weet te verrassen met smakelijke maaltijden, ondernomen wordt.  Helaas kon niet iedereen aan het defilé richting Langeler deelnemen, want voor de voedselproducerende boeren geldt nu eenmaal een zevendaagse werkweek.

Aangekomen bij Langeler bleek daar een goed voorzien lopend buffet ingericht te zijn waar rijkelijk gebruik van werd gemaakt. Twee enigszins sip kijkende jochies zagen tot hun grote verbijstering dat de schaal met frietjes al erg snel leeg raakte. Maar niet getreurd, zodra een schaal leeg dreigde te raken werd die snel weer gevuld, want op het land is het leven immers goed. José Langeler kwam dan ook nog even hoogstpersoonlijk vragen of er schaarste dreigde zodat ze die weer snel kon lenigen.

Terwijl aan de lange tafel in de beroemde gelagkamer van Langeler het Bekveldse gezelschap in een geanimeerd tafelgesprek raakte, kwam Karel Langeler nog even een groepsfoto’s schieten, zodat alle aanwezigen inclusief de schrijver dezes vereeuwigd werden.

DSC05268Eetfestijn in Langeler.

We kunnen de organisatoren van dit mooie en prima verzorgde evenement dan ook danken voor alle inspanningen die het tot een succes wisten te maken. Maar niet zonder ook een ferme schouderklop te geven aan de heren die Bekveld wederom grote faam wisten te bezorgen. Ga zo voort heren!

DSC05096Wim Jansen kan ook klompen maken.

DSC05102Het mooie koningspaar van Bekveld.

DSC05110Ninja’s bedreigen het dorp.

DSC05139Aan de jenever.

 

DSC05150Bajesklanten door het dorp gereden.

DSC05151 Hallse Engels teisteren de bevolking.

DSC05162Boktorrenrock.

DSC05256De oorkonde.

DSC05266Ook in Beijing spreekt men Achterhoeks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agnes van den Brandeler, een schilderende joffer in het Achterhoekse Hengelo

wwwopacZomaar argeloos snuffelend stuitte ik op de site van de Nederlandse historica en schrijfster Ileen Montijn, waar ik door onderstaande tekst getroffen werd:

Huis te koop    26/02/2008

Een boers landhuis is het, groot, laag en uitgewoond. Een breed marmeren portaal achter de voordeur, en daar haaks op nog een royale gang. Enorme kamers, er achter een onafzienbaar diepe tuin, ooit fraai aangelegd in Italiaanse stijl – en nu helemaal verwilderd. Hier, op het Hof in Hengelo (Gld.), heeft Agnes van den Brandeler de laatste dertig jaar van haar leven doorgebracht, tussen aangroeiende stapels brieven, schetsen, lappen, boeken. Op de enorme zolder staan nog honderden schilderijen, haar productie was verbazend.

Aan de keukentafel – zo’n beetje het laatste meubel in het nu leeggehaalde huis – praatte ik gisteren met mijnheer F., haar chauffeur en trouwe helper, over Agnes. Jarenlang kwam hij ’s ochtends als het licht werd de luiken open doen, en ze in de avondschemer weer sluiten. Nu staat het huis te koop. Mijnheer F. vindt het niet erg, hij neemt de dingen zoals ze komen – maar wie het huis koopt moet wel een dromer zijn, vindt hij – een dromer zoals Agnes.

Agnes van den Brandeler die zelf een freule Van Randwijck was, heb ik nog mogen ontmoeten en leren kennen in mijn tijd in Den Haag, waar ze in een van de piepkleine huisjes van de Mallemolen woonde. Een hofjeswijkje waar destijds en niet in de laatste plaats omdat het er voordelig wonen was, veel kunstenaars kluisterden. Er woonden ook veel dames die in de kunsten actief waren en die ik graag als de Haagse variant van de Amsterdamse joffers aanduidde.

Toeval was het niet dat ik in die periode de kunstenares ontmoette, want beroepsmatig actief als kunsthandelaar had ik veel met kunstenaars te maken. Vanuit mijn huis waar ook mijn onderneming gevestigd was, keek ik uit op de terracottakleurige daken van de huisjes van de Mallemolen, en bijna dagelijks bezocht ik de kunstenaars die er in die dagen nog niet als clochards uitzagen, maar als dames en heren met een enigszins trotse houding door het kunstenaarsbestaan gingen. De Mallemolen was, zo zou je kunnen stellen, een Frans dorp in het deftige deel van Den Haag. De schilder Bernard Willem Lutz zag ik er regelmatig met alpino op zijn markante hoofd en een stokbrood onder de oksel van bakker Lensvelt Nicola afkomen.

Of het ook op toeval berust dat ik net als Agnes van den Brandeler mijn levenspad in het mooie Hengelse oord mag voortzetten, weet ik niet. Fascinerend is het wel te weten dat zij in de zandpaden, de humuslaag van de geriefbosjes en de akkergronden van het Hengelse buitengebied haar voetstappen gezet heeft.

De generatie kunstenaars van Agnes van den Brandeler was wat het Haagse betreft zelden aan de uitmonstering als kunstenaar te herkennen. Agnes van den Brandeler was hierin als dame van statuur, wat ook in het Biografisch Woordenboek Gelderland (BWG) over haar te lezen valt, geen uitzondering. Net als die andere dame in het Haagse artistieke leven, jonkvrouw Eline Françoise Canter Cremers-van der Does, schrijfster, schilderes en docente aan de Haagse academie, van wie ik aquarellen te koop mocht aanbieden. Bij haar thuis aan het statige Prinsenvinkenpark, een kopje darjeerling thee uit een doorschijnend kopje Bone China-porselein drinken was een belevenis die je je hele leven bij zou blijven.

Het waren de jaren zestig en zeventig, terwijl in de kunsten ongeveer de revolutie uitbrak met actiegroepen als “tomaat” en “notenkraker”, de toen zeer bekende Haagse schilder Hessel de Boer in deftig blauwe blazer en strak geperste flanel op zijn statige Gazelle als een minister door Den Haag richting Pulchri Studio fietste, en die gezien zijn hoge kwaliteiten in de schilderkunst dan ook misschien zo genoemd mocht worden. Echte ministers togen in die gemoedelijke dagen nog vaak op hun stalen ros richting wekelijkse ministerraad.

Dat Agnes van den Brandeler in die laatste dertig jaren van haar leven aan de Haagse coterie en het kunstenaarsleven ontsnapte om in de mooie dreven van Hengel door te brengen, licht een tipje van de sluier op over haar levensinzichten. Maar laat daarbij ook doorwegen dat zij dat met bewondering en achting voor de Achterhoekse cultuurhistorie deed.

Zou dit zich allemaal in Engeland afgepeeld hebben, dan zou er waarschijnlijk veel bewonderende literatuur zoals over de Bloomsburygroep of Vita Sackville-West geschreven zijn. Gelukkig daarom dat Ileen Montijn de herinneringen aan deze kunstenares niet aan de vergetelheid prijsgegeven heeft.

Het is spijtig dat het Den Haag van toen er niet meer, is, maar de Achterhoek daarentegen nog (bijna geheel) de oude kon blijven, zoals we onlangs nog mochten ondervinden op Groot Sessink, waar Agnes van den Brandeler tijdens de laatste dertig jaren van haar leven waarschijnlijk ook voorbijgegaan moet zijn gezien haar bewondering voor het Hengelse buitenleven.