Sinterklaasintocht Keijenborg hartverwarmend kinderfeestje

Zodra het laatste gebladerte zwicht in de novemberwind en de dakpannen beven onder het   gesternte van een koudegolf uit het noorden, is het ideale moment aangebroken voor de intocht van Sinterklaas en zijn bonte gezelschap. Een heel jaar moedig smeken door het Oranje Comité Keijenborg en de dappere manschappen van het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg, heeft ook dit jaar de goedheiligman ervan overtuigd dat hij opnieuw het rustieke dorp in de Achterhoek met een bezoek moet vereren. Ver weg van het grootsteedse gekissebis over het sinterklaasfeest, bleek de sint zich van zijn vrolijkste kant te laten zien aan de toegesnelde kinderen en hun ouders, voor wie dit feest toch nog steeds een van de jaarlijkse hoogtepunten is.

De idyllische tradities van vroeger koesteren is misschien een van de beste eigenschappen van de Achterhoek. Er is aan tradities al te veel verloren gegaan, daarom dat het sinterklaasfeest door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland opgenomen is en daarmee zijn status nimmer meer zal verliezen. Dat het Comité en het Schuttersgilde ook dit jaar weer de sint zover kregen Keijenborg te bezoeken, verdient een ferme schouderklop, want wie er gistermiddag bij was kon met eigen ogen zien hoe de Sinterklaastraditie de kinderharten in deze gure herfsttij opwarmde. Bewaakt en beschermd door manschappen van het Schuttersgilde die fier hun hellebaarden overeind hielden, voor het geval opstandelingen het mochten wagen Keijenborg te bestormen, werden de sint en diens vrolijke gezelschap van Zwarte Pieten door de samengedromde Keijenborgers begroet. De sint werd hoog gezeten op een brandweerwagen het dorp ingereden en steeg daar af om de kinderen een bisschoppelijk handje te drukken. Ondertussen waren de Zwarte Pieten drukdoende lekkernijen als pepernoten en suikergoed uit te delen. En zelfs uw verslaggever te velde werd daarbij niet overgeslagen.

Terwijl langzaam een grauw wolkendek boven het dorp samenpakte trok de stoet naar het statige Maria Postel waar pastoor Harry Scheve en de voorzitter van het Schuttersgilde, John Rondeel, de goedheiligman met eerbied voor diens hoge leeftijd verwelkomden. Van de sint is bekend dat hij een gezellige prater is die een bisschopwijntje niet laat staan en dus hield hij een vrolijk betoog dat de hoogste verwachtingen bij de kinderen wekte over de mogelijke geschenken die ze te verwachten hebben. Gezien de braafheid van de Keijenborgse kinderen lijken die verwachtingen terecht. Het inkoopcentrum van de sint draait op volle toeren, melden gezaghebbende bronnen aan het Koningswegmagazine.

Nog voor de eerste winterse bui van dit najaar op de Keijenborgse leemgrond kletterde zocht het voltallige gezelschap het verenigingsbolwerk de Horst op  om zich aldaar met elkaar te vermaken. Want je kunt over Keijenborg veel zeggen, maar niet dat ze geen verstand hebben van de vermakelijkheden die het leven veraangenamen. Zelfs in de duistere dagen van de herfsttij fonkelt het dorp, alhoewel het natuurlijk jammer is dat de Keijenborgse Boy’s diezelfde middag tegen Pax een nederlaag te betreuren hadden. Voor degenen die de intocht van Sinterklaas boven de voetbalwedstrijd verkozen, was er een gezellige pleister op de wonde bij het aanschouwen van zoveel kindervreugde.

Op Facebook is van dit evenement een foto-overzicht verschenen, maar hier alvast een kleine impressie:

Opwarmertje vooraf.

John Rondeel voert het bevel.

Het Schuttersgilde marcheert de sint tegemoet.

Ondertussen aan de Keijenborgse grens.

Het Schuttersgilde gaat de Spaanse stoet vooraf.

De eerste pepernoten van het jaar.

De cabrio uit de Costa del Sol.

Hij komt, hij komt, de lieve goede sint…

Grenswachten laten brompiet door.

De sint schudt kinderhandjes.

Zwarte Job was er ook.

John Rondeel biedt zijn diensten aan.

De sint en de pastoor in conclaaf.

Op naar de Horst voor een feestje.

 

 

 

Advertenties

Boerenbedrog: De Vereniging Natuurmonumenten fantaseert massale insectensterfte in Nederland

Met de alarmerende kop onze insecten sterven massaal! probeert de Vereniging Natuurmonumenten weer de publiciteit te trekken met het voeden van onterechte angst voor een ecologische ramp. Het gaat al jaren slecht met deze Vereniging. Het ledenaantal dendert als een sneltrein achteruit en dat zal Nederland weten. Met het gepubliceerde rapport over een insectenonderzoek in een aantal Duitse natuurgebieden op het bureau van de Vereniging, heeft de leiding ervan besloten het Duitse onderzoek op Nederland te situeren en daarbij de boeren als schuldigen op te voeren.

Allereerst, er bestaat geen Nederlands onderzoek waaruit blijkt dat 75 procent van de Nederlandse insecten verdwenen is. Er bestaat alleen een Duits onderzoek in een aantal natuurgebieden dat zegt dat 75 procent van de insecten verdwenen zou zijn. Maar juist dat onderzoek wordt in wetenschappelijke kringen arbitrair genoemd, zoals uit dit artikel mag blijken. Deze studie had niet mogen worden gepubliceerd, stelt de onderzoeker Kees Booij in Resource de krant van Wageningen University & Research.

Opmerkelijk hierbij is dat de insectenvallen waarmee het Duitse onderzoek werd uitgevoerd uitgerekend in de belangrijkste industriële regio’s, het Ruhrgebied en rondom de rivier de Elbe, geplaatst zijn. De vraag waarom nu juist daar, smeekt om een antwoord. In zowel letterlijke als figuurlijke zin zit daar een luchtje aan. Te meer daar er over dat onderzoek gezegd werd dat er (schuldige!) agrarische bedrijven in de omgeving gesitueerd zijn, maar over de enorme industriële complexen eromheen gezwegen wordt. Alsof de industriële bedrijvigheid niet en de boeren wel nadelige effecten voor de fauna kunnen veroorzaken, blijft de eerste buiten schot en worden boeren weer als schuldigen opgevoerd.

Als oorzaak van de vermeende uitroeiing van de Nederlandse insecten noemt de Vereniging “gifstoffen en de toename van stikstof”, met de boeren als boosdoeners. Maar wat voor de dames en heren van de Vereniging dan toch heel erg sneu is, is dat zowel de stikstofemissie als het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door boeren sterk gereduceerd is.

Er zijn andere manieren om de getalontwikkeling van de Nederlandse insecten te boordelen. Namelijk kijken naar de diersoorten die volledig afhankelijk zijn van insecten. Gaat het met de insecten slecht, dan is dat aan de getalontwikkeling van de insecteneters te merken. Indien het zo zou zijn dat 75 procent van de Nederlandse insecten verdwenen is, dan zouden de insectenafhankelijke zomervogels uit Afrika die Nederland als bestemming hebben hun reis een andere bestemming geven, of al uitgestorven zijn.

Kijken we wat preciezer naar de getalontwikkeling van insectenafhankelijke vogelsoorten dan zien we stijgers en dalers. Toch maar even uitgezocht hoe het er voorstaat in het onderzoeksgebied waar ik zelf vele jaren onderzoek gedaan heb, het waterwingebied noordelijk van Den Haag en dus geklemd tussen steden en bloembollenkwekerijen. Hier blijken noch de insecten noch de insecteneters zich aan de alarmerende berichten van de Vereniging Natuurmonumenten te houden, want een aantal insecteneters is stabiel of neemt juist zelfs in aantal toe. Dat laatste is des te opmerkelijker want de Bestrijdingsmiddelenatlas laat juist in de regio van de Randstad een cluster aan overschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen zien.

Met de insecteneters onder de zoogdieren zou het ook zeer abominabel gesteld zijn als er nog maar 25 procent van het insectenrijk in leven was. Maar behoudens de mortaliteit door het verkeer, blijft de nationale egelpopulatie behoorlijk stabiel. Nog opmerkelijker is het met de vliegende zoogdieren, de vleermuizen, gesteld. Deze zijn optimaal afhankelijk van het insectenaanbod en laten sedert 1988 een explosieve toename zien. Of ze leven nu van de lucht of het heilige manna, maar het is aannemelijker dat de Vereniging Natuurmonumenten koste wat kost en over de rug van de boer de natuurredder zonder enig bewijs wil uithangen. Er zijn bovendien studies die juist aantonen dat er een herstel in onze flora en fauna optreedt, mochten we onder meer recentelijk nog over de Nederlandse Rijndelta vernemen.

Dat niet geheel toevallig de chef van de Vereniging Natuurmonumenten, de D66’er Hans Wijers, zelf jarenlang baas was van de chemiereus AkzoNobel, een der grootste vervuilers van het land, en ook in het mondiaal vervuilende Royal Dutch Shell een bestuursfunctie vervult, moet toch te denken geven.

Ondertussen hebben we hier in het Bekveldse de grootste moeite het insectendom buitenshuis te houden. Steekmuggen, knutten, wespen, allerlei vliegensoorten en niet te vergeten het houtminnende kevergilde, laat geen middel onbenut het huis binnen te dringen. Soms waag je het wel eens te denken, waren er maar echt minder insecten. Niettemin blijf ik van ze houden en loop jaarlijks trouw mijn route om ze te monitoren. Het vreemde daarbij is dat ik nooit iemand van het gilde van natuurredders tegen het lijf loop. Die zitten zich liever aan de alarmerende krantenkoppen te vergapen om die kritiekloos na te papegaaien.

Prijsuitreiking met feestje toe bij het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg

Aan alles komt een eind. Nou ja, aan bijna alles, want voorlopig lijkt de aarde nog wel een tijdje door te draaien. Aan de editie 2017 van het handboogschiettoernooi van het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg is echter wel een eind gekomen.

Na de gisteren gehouden slotavond met de prijsuitreikingen kunnen we terugkijken op een paar enerverende, verbindende en vooral gezellige avonden. Natuurlijk zijn deze toernooien ook goed voor de clubkas, maar daar is niks mis mee, want wat zou een gemeenschap zonder een vrijwilligersschare zijn die een handboogschiettoernooi tot in de puntjes en naar ieders tevredenheid weet te organiseren.

Hoewel bij dit soort wedstrijden deelnemen doorgaans belangrijker is dan winnen, was er zichtbare vreugde bij degenen die de hoogste scores wisten te behalen. Er zat dus wel degelijk spanning in het toernooi ook al overheerste de hang naar gezelligheid die nergens zo gemoedelijk is als in de dorpssteedse sfeer van Keijenborg.

Toen na het acclimatiserend kopje koffie dan eindelijk het moment aangebroken was dat al wat blinkt van het Schuttersgilde over ging naar de nieuwe eigenaren, was duidelijk te zien dat die zeer ingenomen waren met de prijzen.

Opvallend blij was het team de Bekveldse deerntjes, dat als enig jeugdteam het aandurfde de volwassen schutters naar de kroon te steken. Gezien de eindscore zouden ze zich moeiteloos tussen de volwassen schutters hebben kunnen handhaven.

Voor wie graag met de neus in de uitslagen wil snuffelen verwijzen we naar de website van het Schuttersgilde, maar op deze plaats kunnen we bij de heren Rene Nummerdor, bij de dames Miriam Bulten en bij de jeugd Roxanne van Dongen feliciteren met de hoogste score. Bekvelds leukste, Evert Jolink, slaagde er in met groot verschil al zijn opponenten op afstand te houden met de poedelprijs en een gepeperde rekening van de stukadoor. Als troost voor het laatste kreeg hij de magnumfles gerstenat om het weekend mee door te komen.

Degenen die na de huldiging nog nableven vielen allemaal in het goud. Of nog liever, die bezatten zich er aan, want aan de toog van het Schuttersgilde vloeide het goud uit Groenlo gul als de Niagara falls. Een vereniging die boogschutters, bielemannen, marketentsters, fanfareblazers, slagwerkers, vendeliers, lansiers en koningsparen voortbrengt en ook nog uit gezellige lui bestaat, verdient het met goud behangen te worden. Lang hoeven ze daar niet op te wachten want volgend jaar bestaat het Schuttersgilde maar liefst 165 jaar. Op 21, 22 en 23 september 2018 zal het hele weekend in het teken staan van dit jubileum. We verheugen ons erop.

Foto-impressie:

Al wat blinkt.

In spannende afwachting van de prijsuitreiking.

De prijzen uit handen van schutterskoning Ernest te Stroet.

Miriam Bulten de beste dame.

Rene Nummerdor wint bij de heren.

Anette van de Meer grijpt de beker voor de gemengde ploegen.

Rita van de Kamp derde bij de dames.

Wachten op de verhuiswagen.

Rita bracht Evert de poedelprijs.

Aan de toog werd het gezellig.

En nog gezelliger.

Dus kwam de kruik kruidenbitter op tafel.

En zag uw verslaggever alles dubbel.

 

Boogschutters nemen revanche bij het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg

Wie verzekerd wil zijn van deelname aan een sportief evenement en daarbij de gezelligheid hooglijk waardeert, doet er goed aan zich bij het jaarlijkse handboogschiettoernooi van het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg aan te melden. Met deze wetenschap in het achterhoofd toog uw verslaggever te velde naar de revanchewedstrijd van dit toernooi, wetende dat de spanning over wie of welke groep de beste is tot kookpunt zou komen.

Niettemin voerden ook gisteren sportiviteit en gezelligheid verreweg de boventoon en was er van rivaliteit geen sprake. Het is zoals met het jaarlijkse vogelschieten, waarbij iedereen dolgraag schutterskoning wil worden, maar de enige die het echt wordt vervolgens ‘sans rancune’ zowel letterlijk als figuurlijk op handen gedragen wordt. Misschien ook wel omdat de tocht naar de tap dan eindelijk in volle gang komt, want schieten maakt dorstig. Zodra de laatste pijl de boog verlaten heeft zijn de tafels van het Schuttersgilde dan ook geëvolueerd tot een schouwspel dat herinnert aan het breugheliaanse plattelandsleven.

“Wie het plattelandsleven niet eert is het eten niet weert”, zegt een oude wijsheid die helaas in de vergetelheid geraakt is. Immers, het is nog steeds zo dat al het voedsel dat dagelijks de dis bereikt toch maar weer van het platteland afkomstig is. Dat het toevallig ook nog eens zo is dat het silhouet van Keijenborg omgeven wordt door boerengronden maakt het des te begrijpelijker dat een avondje boogschieten bij het Schuttersgilde St. Jan-Keijenborg tegelijkertijd een ode is aan het zalige plattelandsleven.

Foto-impressie:

De warming-up voor de strijd aanvangt.

Damesteam in overleg over de tactiek.

De heren bespreken de kwaliteit van het bier.

Nee Michiel, de boog blijft eigendom van het gilde.

Nog een keer in het behang en je krijgt een linkse.

Opschieten Frans, ik heb geen uren tijd.

Heus, over de uitslag kan niet gediscussieerd worden.

Ondertussen gaan de gehaktballen in bad.

De beste Bekveldse dame Rita van de Kamp.

De rekening van de stukadoor sturen we nog na.

Geef hier die bal.

Ook het Schuttersgilde ging aan de bal en het bier.

 

 

Technische duizendpoot André Maalderink 60 jaar

Het lukt statistisch gezien bijna iedereen wel eens 60 jaar te worden. Maar in de Achterhoek en met een staat van dienst waar je u tegen zegt in het Bekveldse vrijwilligersleger, verdien je de volle aandacht en glorie. Al zal het ook wel weer zo zijn dat de jarige André Maalderink alle heisa rondom zijn verering als zestigjarige zal afdoen met de bescheidenheid die hem nu eenmaal siert. Maar toch, als technische duizendpoot is hij inmiddels onmisbaar gebleken in het laten floreren van de Bekveldse gemeenschap. Waarbij zeker niet onvermeld mag blijven dat de altijd goedlachse Berna bereidwillig haar trouwe levensgezel aan Bekveld uitleent. Een offervaardigheid die ook de loftrompet verdient. Want terwijl André met het team van wagenbouwers zwaar zwoegt met het consumeren van gerstenat en frikadellen, zit Berna toch maar weer met een half koud bed.

Uit de duisternis verschijnen plotseling schimmen.

André met de mond vol tanden.

Dus toog uw verslaggever te velde in de Bekveldse duisternis naar de plek waar een aantal Bekvelders uit het beruchte team van wagenbouwers waardering uit voor André en Berna met een entourage die de komende dagen hoogstwaarschijnlijk een stoet van nieuwsgierige voorbijgangers op gang zal zetten. Of het noodzakelijk zal zijn verkeersregelaars in te zetten om een verkeersinfarct te voorkomen, weten we op dit moment nog niet. Maar zeker is dat het felicitaties zal hagelen op het dak van huize Maalderink.

Hiep hiep hoera.

Het Koningswegmagazine feliciteert André, Berna, zoonlief Martijn, diens partner Ramon en niet te vergeten de hondse stiefdochter Rosa met dit heugelijke feit. Dat André samen met de wagenbouwers nog lang mag genieten van gerstenat en frikadellen, want wat zou Bekveld zijn zonder deelname aan de kermisoptochten van Keijenborg en Hengel.

Klompenmakers in Coens Pannenkoekenhuis in Keijenborg

In vervlogen tijden was de streek rondom Keijenborg bezaaid met klompenmakerijen. Er is waarschijnlijk geen Nederlands symbool dat wereldwijd zo befaamd is als dit houten schoeisel. Dat de klomp als nationaal symbool zo essentieel is, kan nauwelijks verwondering wekken. Nederland is traditioneel een land van vissers en boeren en ligt bovendien voor een belangrijk deel onder de zeespiegel, naast dat tal van rivieren er hun aftocht maken met drassigheid als gevolg. Mochten er nog denkers zijn die menen Nederland af kunnen te schilderen als land zonder eigen cultuur, dan dienen die zich maar eerst te vervoegen richting de musea van de Nederlandse schilderkunst. Daar zullen alle uitingen van de Nederlandse cultuur, waaronder de volkscultuur, aangetroffen worden. Zo moet er herinnerd worden aan de op klompen zwoegende boeren uit de Nederlandse periode van Vincent van Gogh.

Dat de Achterhoek ruimte biedt aan de inmiddels schijnbaar verdwenen uitingen van de volkscultuur zegt iets over de hang naar de mooie facetten ervan, die helaas door de tand des tijds en het oprukkende modernisme verdwijnen of dreigen te verdwijnen. Er wordt vaak himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt gedaan over vervlogen primitieve culturen in verre landen, terwijl opvallend de eigen cultuur met dedain bejegend wordt.

Daarom bewondering voor het Toeristisch Platform Hengelo & Keijenborg dat opnieuw aandacht vraagt voor het aloude vak van klompenmaker. Afgelopen zaterdag was in Coens Pannenkoekenhuis een keur van klompenmakers te zien die hun bedrevenheid toonden door uit een klomp hout een ergonomisch perfecte klomp te vervaardigen. Het luttele feit dat de jongste klompenmaker en wellicht ook de jongste van het land slechts 14 levensjaren achter de rug heeft, doet vermoeden dat het vak van klompenmaker weer furore maakt. Vorig jaar zagen we al dat Keijenborg daarin een belangrijke rol vervult. Waarin een kleine gemeenschap groot kan zijn, zullen we dan maar denken.

Foto-impressie:

19 jaar en al zo bedreven.

Er was ook een klompendansje.

Een bekend gezicht in de klompenmakerij.

Ook dit wordt een klomp.

De jongste klompenmaker van Nederland?

Klompen voor een trouwplechtigheid.

En voor de zondagse kerkgang.

 

 

Vrijwilligersavond van de Buurtvereniging Bekveld een zonnetje in herfsttij

Het fenomeen vrijwilliger is zoals het woord al mag getuigen gebaseerd op het plegen van belangeloze diensten voor de medemens teneinde voor hen het leven te veraangenamen. Vrijwilligers trotseren regen, weer en wind om een samenleving van dienst te zijn en daar tegelijkertijd de cohesie van een bevolkingsgroep mee te versterken. De gemeenten Berkelland en Bronckhorst scoren wat de omvang van de vrijwilligerschare betreft zeer hoog, rekenden opinieweekblad Elsevier en Bureau Louter ons in 2014 voor.

Op de gisteravond gehouden vrijwilligersavond van de Buurtvereniging Bekveld was dat goed te zien en aan de gezellige stemming ook te voelen. In de daartoe ingerichte kantine van geitenhouderij maatschap Roekevisch, had een team van vrijwilligers besloten de avond in een goedlachse stemming te brengen. Een hommage aan de vele vrijwilligers die hun vrije en dus kostbare tijd offeren aan de medemens. Met de ceremoniemeesters Jan Menkveld en Robert ter Maat en de dames die bardienst deden, kon het voornemen er een mooie avond van te maken dan ook niet mislukken. Jan en Robert zijn inmiddels gepokt en gemazeld geraakt (nee geen dokter bij nodig) in het komisch presenteren van een evenement, herinneren we ons nog van de boerenbruiloft.

Anniet Steenblik opent de avond.

De dames van de bar.

Na een warming-up met lekker gebak en geurige Achterhoekse koffie, werd het demonische herfsttij van november voor even op afstand gezet. Na dit gerieflijke acclimatiseren volgde een ludieke quiz waarbij het woordspel met menselijke letterblokken hoog scoorde. Zoals ook bij de veelgeroemde Zeskamp het geval is, waren hier vooral de misverstanden komisch. Het mag hierbij echter niet ongenoemd blijven dat de jury bij de quiz Jos Beunk en Gert Harmsen waren, en Gert zich met gortdroge humor doch zeer notarieel van zijn beste kant liet zien. De humor ligt op straat meneer Sonneberg zei de cabaretier Wim Sonneveld ooit. Maar hierbij kan opgemerkt worden dat de humor toch meer in de weerbarstige leemgrond van Bekveld opgeslagen ligt.

Het woordspel.

De heren van het notariskantoor Beunk & Harmsen.

De gezelligheid tiert welig.

En de vrolijkheid ook.

Een wilde tango?

Dat de hommage aan de vrijwilligers daarna een heus plengoffer werd en dus het gulle goud uit Groenlo wederom rijk vloeide, zal weinig verwondering opwekken, want het behoort immers tot de coleur locale van de Bekveldse dreven. Mocht er echter gedacht worden dat hier alleen een natje was, buiten en terwijl de novemberbuien even halt hielden bij de Bekveldse grenzen, stond de befaamde snackcar het goud gefrituurde droogje te presenteren.

Dineren in de buitenlucht.

Bij eten en drinken ontplooien zich de meest innemende gesprekken en blijft de humor zelden op afstand. Maar zonder muziek zou een Bekveldse avond zomaar van de novemberregen in de drup kunnen vallen, dus dobberde de avond op de muziek van het damesduo Infidelity, ook bekend van de laatste Broek Uut Fuif, naar een gezellig eind.

Infidelity brengt aubade aan de vrijwilligers.