De drie topkoks nu ook in de oliebollen

Tijdens het jubileumfeest van 10 jaar Bekveld FM maakten de drie topkoks hun entree in de culinaire wereld. Dat het daar niet bij zou blijven, leek die avond verzekerd en blijkt nu ook het geval te zijn.

Dan mag de AD-oliebollentest nogal eens hardvochtig in het oordeel zijn, de drie topkoks konden niet anders dan hun kwaliteiten ook in dit segment van de kookkunst belichten en besloten zich hiervoor op te geven.

De periode tussen de Kerst en oudejaarsavond is hiervoor het meest ideaal en dus hing er boven de veldkeuken van de drie topkoks een dikke walm van oliebollen die in het vet lagen te sidderen van genot. Als oliebollen geluid konden maken, dan zouden tot ver in de omtrek de juichkreten van deze smakelijke lijfjes te horen zijn geweest, zo heerlijk vonden ze het badderen in het vet. En de heren koks waren zelf ook zeer in hun sas, want hun vrolijke door het gerstenat aangemoedigde gezang tijdens het bakken was tot in Zutphen en Doetinchem horen.

Helaas was het resultaat van het oliebollenbakken niet geheel naar verwachting. Het woord ‘oliebol’ zegt alles over de vormgeving.

In Wikipedia staat ‘bol’ als volgt omschreven: Een bol is een driedimensionaal lichaam waarvan alle punten die het oppervlak vormen, zich op dezelfde afstand van een punt, middelpunt geheten, bevinden. Deze afstand heet de straal. Een bol is het driedimensionale analogon van een cirkelschijf, en kan verkregen worden als omwentelingslichaam bij draaiing van een cirkelschijf om een middellijn.

Helaas blijken de oliebollen van de drie topkoks niet aan deze beschrijving te voldoen. Wat er precies fout ging is nog onduidelijk en dus nog bron voor nader onderzoek. Vastgesteld werd dat de oliebollen vierkant uit het vet kwamen en dus niet voor de term “oliebol” in aanmerking komen.

Na eerst de teleurstelling hierover verwerkt te hebben besloten de heren in een communiqué aan de toegesnelde pers mede te delen dat vierkante oliebollen weliswaar geen oliebollen genoemd mogen worden, maar dat de vierkante vorm grote voordelen heeft. Ze zouden beter stapelbaar zijn, mooier ogen dan oliebollen en bovendien ook nooit van een schaal afrollen.  

Japanners zijn dol op de lekkernij uit Bekveld.

Inmiddels zijn de olieblokken (zoals ze nu genoemd worden) op de grote internationale culinaire beurs van Yokohama (Japan) geïntroduceerd en blijken daar een groot succes te zijn. Het voornemen is nu de olieblokken als de Nederlandse variant van sushi op de markt te brengen. Te meer daar de vorm zeer geschikt is voor het eten met stokjes, verdrongen de Japanners zich rondom deze culinaire nouveauté. Al moet gezegd dat ze in Japan niet alleen met suikerpoeder doch ook met sojasaus genuttigd worden. Inmiddels hebben de drie topkoks voor hun vinding patent aangevraagd.

 

 

Kerstvertelling voor bij een knapperend houtvuur

Of het de plotselinge inval van Koning Winter was, of toch gewoon een lichtzinnige vorm van eigendunk, staat niet in de historiën van Bekveld opgetekend. Maar op kerstavond in het rumoerige jaar 1787 besloot een toenmalig geheim genootschap van schelmen, schavuiten, struikrovers en stropers een bijeenkomst te beleggen om de schrijnende schaarste aan wildbraad en bier te bespreken.

Het was zo’n dag dat een gure wind het kale geboomte van de Bekveldse vlakten deed rillen van de kou. De kou was zelfs zo extreem dat de bewoners van de havezate Ten Breule een liter kruidenbitter zonder blikken of blozen achteroversloegen om vervolgens tot in het jaar 1788 in katzwijm te verkeren. Dat laatste was voor de Bekvelders geen onprettige bijkomstigheid, want de baron en barones Henry en Gwendolijn de Crommeknie van Breuckbeenhove hadden er een dagtaak van gemaakt te klagen over overlastgevende Bekvelders. Als het niet de meststank was, dan was het wel de te luidruchtige klompen op de lemen voetpaden, het laat op de avond oogsten van bieten en zelfs het gevederte dat bij het jaarlijkse vogelschieten bij westenwind in de Frans aangelegd tuin van het echtpaar dwarrelde, mocht rekenen op klachten bij de schout.

De in de haast bijeengeroepen samenkomst vond plaats in de oude schuur van Jannus Oldenhave, waar zich ook een illegale brandewijnstokerij bevond en waar tot diep in de nacht, gekluisterd aan een eikenhouten tafel in dronkenschap joelfeesten plaatsgrepen. Vanaf die plaats werden met vaste regelmaat geheime boodschappen met de midwinterhoorn verzonden naar de omliggende boerderijen en dorpen. Hoewel door het wettelijk gezag verboden, werd op deze manier aan de omwonenden duidelijk gemaakt dat er iets op tilt was. Had boer Berendsen een varken geslacht, dan kon men via de galmende roeptoeter vernemen dat er weldra verse bloedworst voorhanden was. Had de illegale kruidenbitterstoker Josephus ter Moat weer een dozijn kruiken gevuld, dan ging dat met de midwinterhoorn gans de streek door en stond er de volgende dag een lange rij wachtenden te kleumen om het hitsige drankje te verwerven.

Het was alom bekend dat zodra de puistige rode neus van de Hengelse schout Nestor Walgvogel door het kale struweel zichtbaar werd, er stande pede op de midwinterhoorn geblazen werd om Bekveld en ommelanden te alarmeren. Van deze schout was bekend dat hij het graag op een akkoordje gooide met de regenten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en hand- en spandiensten aan ze verleende.

Ooit hadden Bekvelders hem met de louche klanken van een midwinterhoorn in een gierput gelokt, alwaar hij door de staart van een varken te grijpen, zich op miraculeuze wijze uit de stront had weten te bevrijden. Maar de stank aan zijn bottige lijf was nimmer meer verdwenen. Men rook hem voor men hem zag en dat was naar volle tevredenheid van een ieder die hem tijdig in de smiezen wenste te krijgen.

Al jaren broeide in Bekveld en omgeving grote weerstand tegen het stadhouderlijke decreet dat al het wildbraad en de gehele jaarproductie aan bier van de oude maar aan de borst gekoesterde brouwer Brutus Grollius, naar de regenten van de Republiek diende te vloeien. Daar in het meedogenloze westen bedacht men dat het platteland slechts goed was voor het verzorgen van het spijzen en laven, dus kraaide het oproer tegen de malafide hebzucht van het regenteske westen. Daar kwam nog bij dat het Amsterdamse bier van de brouwer Heinsius direct uit de grachten waar ook de menselijke residuen in terechtkwamen werd gepompt en daarom het schuimende beekwater uit Groenlo verreweg de voorkeur had boven het modderige bier uit Amsterdam.

Met gortdroge kelen wegens het moeten ontberen van bier vond de bijeenkomst onder een somber gesternte plaats. Beschenen door een schaars kaarslicht begonnen de complottanten aan het geheime spoedberaad.

“We pikken het niet langer,” brieste Jannus Oldenhave, terwijl hij met zijn vuist een gat in de door houtworm vermolde tafel sloeg, “Ons wildbraad wordt letterlijk uit onze monden gestoten door die parvenu’s in ’s Graevenhaege. Ons bier gaat aan onze neus voorbij. Het water staat ons aan de lippen.”

En zo was het inderdaad, de Bekvelders waren veroordeeld tot het drinken van water. Nu het kerstfeest naderde was het drinken van water het ergste waartoe de Bekvelder veroordeeld kon worden. In water was je een keer per jaar je voeten, maar drinken, ho maar.

Het was bekend dat de jonge Midas Smeitink wegens het gebrek aan bier koemelk zodanig trachtte te vergisten dat het bier zou worden. Maar zoals alchemisten geen goud van lood konden maken, wist Midas Smeitink niet meer dan een zurig drabje te brouwen waar zelfs een verdorste waakhond zich niet aan waagde. Hoewel, Judas, een geniepige waakhond, had zich er wel aan gewaagd en was naar ieders instemming meteen naar het hogere geroepen.

“We moeten tot actie overgaan,” beet Egbert Jolink de aanwezigen toe.

Van hem was bekend dat hij al maanden zijn snor niet meer in een bierkraag had kunnen dompelen en die rook volgens zijn zeggen als het kadaver van een buidelrat. Bij hem zat het dus ook al lang niet meer snor.

Toen er zwaar op de uit de scharnieren hangende deur gebonkt werd kreeg de vrees van de aanwezigen dat de schout weer eens roet in het eten zou strooien de overhand en dus werden subiet hooivorken en rieken bij de steel gegrepen voor mocht het menens worden.

In de deuropening stond een handjevol Keijenborgers. Al waren ze een andere kerkrichting toegedaan en sliep in die dagen nog steeds de duivel op een hoofdkussen tussen de geloven, als het om bier ging stonden de neuzen allemaal dezelfde kant op gericht. En dat was onmiskenbaar in de richting van het rustieke dorp Groenlo, alwaar het zo zalig naar hop en gerst geurde.

Je wordt er schijtziek van,” fulmineerde de rood opgelopen Keijenborgse waard Johannes Bergervoet.

Zijn binnentreden en dat van de andere Keijenborgers werd met instemming begroet.

“Ja, die westerlingen zijn strontbelazerd,” ondersteunde de jonge Bekveldse adonis Jodocus Hofs.

“Wat hoorde ik hier roepen,” galmde de rauwe stem van Jannus Oldenhave door de koude ruimte van de schuur, “Schijtziek en strontbelazerd? Ja, dat zijn onze geheime wapens.”

“Schijtziek en strontbelazerd?” mompelde de wegens gebrek aan bier ontroostbare Harmen Harmsen.

“Ja, schijt en stront zijn onze geheime wapens tegen de geparfumeerde, bepoederde en pruikendragende watjes van het regenteske ’s Graevenhaege. We hebben er een onuitputtelijke voorraad van,” jubelde Jannus, “Te wapen met stront. Er gaat straks weer een karavaan met ons wildbraad en bier naar de pont van Brummen. Slechts begeleid door de schout en tien dragonders. Het is nu of nooit.”

“Stront tegen musketten en sabels?” Stribbelde Jodocus Hofs nog tegen.

“De route gaat over de Koningsweg, als we daar de inhoud van onze gierputten lozen zijn we wildbraad en bier rijker en stront armer.”

De bikkelharde Bekvelder Adrianus Nab drong met zijn bonkige lijf naar voren, sloeg met zijn vuist een tweede gat in de tafel en brulde  “Mijn ossenwagens staan ter beschikking. Ik heb met de kerst toch geen vracht.”

De befaamde koningschutter Frans Jozef Hilderink van wie bekend was dat hij op honderd meter met de donderbus een mammoet kon raken, kwam op het lumineuze idee zijn wapen met een stevige koeienvlaai te laden om het effect te versterken. Daarmee werd hij de ontdekker van de stinkclusterbom die later nog bij vele conflicten dienst zou doen.

Er vormde zich subiet een kring van vrijwilligers rond de stamtafel, die alles waarmee mest vervoerd kon worden gretig aanboden. Toen ook de vrouwen van Bekveld en Keijenborg zich met hun pannen, potten en emmers als vrijwilligers aanboden, was het tij niet meer te keren. Binnen een tijdspanne van een uur vormde zich in de inmiddels meter hoge sneeuwlaag een lint van vrijwilligers die mest richting Koningsweg versjouwden.

Onder een heldere sterrenhemel en een volle maan ontstond een meer van mest dat nog zo warm was dat zich een nevel van witte wieven over het Bekveldse landschap vormde. Het leek tovenarij als de stank niet zo overdadig geweest was dat die iedere droom wreed verstoorde. Maar in de oude kronieken van Bekveld stond geschreven dat er nimmer zulk een unheimische sfeer te zien geweest was als op die avond.

Vanuit het oosten klonk hoefgetrappel en het hotsen en botsen van zwaarbeladen koetsen. In het maanlicht lichtten de wufte pruiken van de postiljons en palfreniers helder op toen de Bekveldse en Keijenborgse strijdmakkers met vereende krachten de karavaan met koeienvlaaien begonnen te bekogelen.

Het was de schout Nestor Walgvogel, die de karavaan voorafging, die als eerste bedwelmd raakte en onder de zware last bezweek. Door de schok van de kettingbotsing die daarop ontstond rolden de vaten bier de oproerkraaiers als manna tegemoet. De postiljons en palfreniers gaven zich over, de dragonders die nog niet over de glibberige mest uitgegleden waren verkeerden in grote twijfel over het lot dat hen wachtte. En dat laatste was zeker niet onterecht, want de keus was of verzuipen in de mest of die avond meedoen met het heffen van een pul van het gulle goud uit Groenlo. Inmiddels was bij hen niet alleen de moed in de schoenen gezonken, maar ook de stront, dus sloften ze met een slurpend geluid en met de handen omhoog naar het legertje van oproerkraaiers.

Na genoeg man- en vrouwkracht verworven te hebben om de buitgemaakte vracht aan wildbraad en bier naar de boerderij van Jannus Oldenhave te slepen, vormde zich een karavaan van hongerigen en dorstigen. Inmiddels klonk ook de diepzinnig warme toon van de winterhoorn die kond deed van de overwinning en dat het kerstfeest kon beginnen.

Vanuit in de haast aangevoerde en ontstoken vuurpotten gloeide een warm licht op. Alsof het allemaal niet op kon, begon het ook nog te sneeuwen en leek het landschap rondom de boerderij van Jannus op een herderlijk kersttafel uit de oude schilderkunst.

Vriend en vijand wensten elkaar een zalig kerstfeest toe, ware het niet dat de zaligheid iets te ruim geïnterpreteerd werd en nog voor de ochtend Bekveld oplichtte iedereen laveloos uitgeteld lag. Maar dat kon niet verhelen dat die kerstavond nimmer in vergetelheid zou raken en tot op de dag van vandaag nog naverteld wordt hoe luisterrijk het kerstfeest van 1787 was. Sedert die avond zouden de Bekveldse feesten tot ver over de streekgrenzen geroemd worden en bleef het gulle goud uit Groenlo tot op de dag van vandaag nog rijkelijk vloeien.

Eerdere kerstvertellingen zijn hier te lezen:

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2016/12/22/kerstvertelling-voor-bij-een-knapperend-houtvuur-2/

https://koningswegmagazine.wordpress.com/2015/12/23/kerstvertelling-voor-bij-een-knapperend-houtvuur/

 

 

 

Bekveld FM in kerststemming gehuld

Of het behoort tot de traditionele Bekveldse gezelligheidscultus is door het Sociaal en Cultureel Planbureau nooit onderzocht en gedefinieerd. Maar ver weg van de Randstedelijke bubbel, weet het team van Bekveld FM iedere keer weer volledig in de smaak te vallen bij de liefhebbers van gezelligheid. Er is geen duurbetaald wetenschappelijk bureau voor nodig om ons te vertellen wat goed voor ons is. Zeker is het dat een gezellig avondje op het menselijk welbevinden grotere invloed heeft dan het sociologisch gesleutel aan onze ziel.

Dat was al op de kerstbrunch die voorafging aan het avondje Bekveld FM te merken. De avond zelf werd gedompeld in feestvreugde, waarbij als een der “oorzaken” het gulle goud uit Groenlo genoemd kan worden. De sociologen van het Sociaal en Cultureel Planbureau zullen het misschien oubollig vinden, maar gisteravond waren de gehaktballen en oliebollen wel bol maar niet oud, zodat die de feestvreugde smakelijk stimuleerden.

Naarmate de kleine uurtjes naderden en zelfs rijkelijk overschreden werden, groeide de samenscholing aan de geroemde stamtafel en steeg de gezelligheid naar het maximum. Waarmee maar weer gezegd is dat het geluk in de kleine genoegens van het leven verscholen gaat. Misschien niet wetenschappelijk bewezen, maar toch zo ondervonden door de degenen die gisteravond aan de stamtafel humor en gezelligheid boven het sociologisch gezever waardeerden.

Waren er dan helemaal geen minpunten? Jazeker, aan gezelligheid komt altijd een eind. Maar troostrijke gedachte is dat dit avondje Bekveld FM zeker niet de laatste zal zijn.

Het loopt vol.

Jan in de cockpit van Bekveld FM

Buiten was het ook gezellig.

Hiep hiep hoera.

We gaan nog niet naar huis.

Maar toen zag uw verslaggever alles dubbel en vertrok.

 

Kerstbrunch en Pax-voetbalmeisjes bij Bekveld FM

Na de langdurige duisternis van sneeuw en regen mag men zich verheugen op een zonovergoten dag. Als er dan ook nog een kerstbrunch georganiseerd is, kan de vreugde niet op. Wel de smakelijkheden die door het team van Bekveld FM gastvrij geserveerd werden. Met een soepje vooraf van de hand van Gertjan Lenselink, vervolgens kerststol, warme broodjes, gekookte eitjes, een scala aan beleg en zalig ijs toe, viel er niets meer te wensen.

De plechtige start van de kerstbrunch.

Pax-voetbalmeisjes schreeuwen het dak eraf.

Dat de kerstbrunch vrolijk onderbroken werd door de meisjes van de voetbalclub Pax, voelde als een gezellig intermezzo. Voor de microfoon mochten ze unisono hun kerstwens doen. Heel even leek het dak van Bekveld FM de hoogte in te gaan, maar de schade bleef beperkt tot een schaterlach. Want op Bekveld wordt gelukkig veel gelachen, zodat vandaag ook weer gezegd kan worden dat er een dag geleefd werd.

 

Bekveld in kerstlicht gehuld

Dan mogen de dagen in de aanloop naar het kerstfeest als de donkere dagen aangeduid worden, twee teams van lichtbrengers weten Bekveld in lichtelaaie te zetten. Na de ster van afgelopen zondag, ging vandaag het andere team in de weer met het voorbereiden en plaatsen van de kerstverlichting. Wie in de avond een toertje door Bekveld maakt ziet aan het fraaie silhouet van horizon, boerderijen en bosschages hemelse kerstlichten dansen. Dat dit niet even zomaar voor elkaar komt maar heel wat voeten in de stugge leemgrond van Bekveld vergt, was vandaag opnieuw te zien.

Als vast ritueel alvorens de kerstverlichting geplaatst wordt, is het koffie met zoetigheden en een gezonde dosis Achterhoekse humor nuttigen, zodat zich een warm bodempje vormt dat de zware taken die nog voor de boeg staan verzacht. Want zeker is zeker, tegen de winterse elementen en de zwaartekracht opboksen vraagt veel van de vrijwilligers. Het ijs en weder dienende wordt door de heren dan ook volledig genegeerd, want Code Geel mag dan afgegeven zijn, ze ploeterden doodgewoon voort in de sneeuw en lieten met typisch Achterhoekse bravoure zien dat de streek niet voor watjes is.

Over koude handen en voeten hoorde je niemand klagen en werd daarentegen stug doorgewerkt tot de installaties die het licht brengen rechtop en vastgesjord de komende weken de Bekveldse bewoners en voorbijgangers in de zalige stemming voor het kerstfeest brengen.

Wat de kerstlichten u te vertellen hebben is misschien vooral ook dat alles verbleekt bij de gedachte dat Bekveld zich kan verheugen op een vrijwilligersleger dat veel voor de ander over heeft. Zelfs kou en sneeuw trotseren om het de ander naar de zin te maken. Een mooiere aanloop naar de kerstdagen valt nauwelijks te wensen. Of het zou moeten zijn om alvast deze vrijwilligers de beste wensen voor de kerst toe te wensen. Nou beste mensen, bij deze de beste wensen. Dat het u wel moge bekomen.

Op Facebook volgt nog een uitgebreid fotoverslag, maar hier alvast een kleine impressie:

Koffie, zoetigheden en humor.

Werkoverleg en taakverdeling.

Albert Janssen boort goudader aan.

Afladen.

Met eerbied wordt de ster gedragen.

Albert Menkveld trekt de ster overeind.

Hier werd ook hard aan getrokken.

Jan Oldenhave als acrobaat.

Bijna recht.

Toen brak de zon door.

Uit de sloot getrokken.

Weer eentje geplaatst.