Nieuwjaarswens 2019

Advertenties

Optreden De Buufs Bekvelds hoogtepunt van 2018

Zo tegen het naderen van het nieuwe jaar neemt de neiging toe de hoogtepunten van het oude jaar nog eens nader te belichten. Ook de redactie van het Koningswegmagazine ontkwam niet aan deze groeiende traditie en kwam in conclaaf bijeen om de voor Bekveld belangrijkste momenten nog eens door te nemen. Na diepgaand beraad en vele kannen koffie en kratjes van het gulle goud uit Groenlo kwam de voltallige redactie tot het oordeel dat Bekvelds hoogtepunt van het jaar 2018 unaniem gaat naar De Buufs.

Het juryrapport luidde als volgt:

Onder een zinderend zomerzonnetje en gesterkt door de feestvreugde die Zomer in Bekveld aan de aanwezigen schonk, was het optreden van de in traditioneel Achterhoekse uitmonstering gestoken dames Rita Oldenhave en Simone Ruesink het absolute hoogtepunt van 2018. Gelet op het enthousiasme waarmee de tekst van tekstdichter Vincent Hoebink werd gezongen en de daaropvolgende spontaan uitgevoerde boerendans ten tonele gevoerd werd, mag dit moment niet in het historisch jaarboek van Bekveld ontbreken.

Hulde voor de beide dames.

 

 

Ook de sperwer geniet van de kerst

Je ziet ze nogal eens flitsend over je haag vliegen in een verrassingsaanval op een argeloos zangvogeltje. Het sterke wapen van de sperwer is dan ook de verrassing, en dan toeslaan. Maar soms, zoals op deze tweede kerstdag, gaat zo’n ondeugd ook wel eens op je haag zitten genieten van het pastorale uitzicht, met als mogelijke bijvangst een vette vink. Voor een sperwer toch een soort kerstkalkoen, maar dan in het klein.

Gezellig binnen?

Nou, eet smakelijk dan maar en nog een fijne voortzetting van de kerst.

En toen een duik naar een ‘feestkalkoen’.

Bekveld FM schittert aan de kersthemel

Schoonheid ligt vaak besloten in eenvoud. Het gekunstelde met veel poespas en poeha levert schone schijn op maar is zelden zaligmakend. Zo kun je de avondjes van Bekveld FM een plekje geven als een typisch voorbeeld van onschuldig maar o zo geestig plattelandsvermaak, zoals het waarschijnlijk ook vroeger geweest moet zijn. Zij het met minder technologie en misschien met een harmonium en een gezellig klompendansje.

Afgelopen zaterdag waren alle ingrediënten aanwezig om er een gezellig feestje van te maken. De kerstdagen in aantocht en goed gestemde bezoekers, en je hebt een heerlijk avondje uit. Daar kwam nog bij dat in de stamkamer van Bekveld FM een ‘nieuwe’ oude houten vloer gelegd was die uw verslaggever toch even met een dansje op zijn gepolitoerde brogues uit mocht proberen. Het kan niet ontkend worden dat het management van Bekveld FM er alles aan doet de stamkamer waarin de kolossale stamtafel het centrum vormt, naar het oude houten tijdperk van toen was geluk nog heel gewoon terug te voeren. Als je daar gezeten aan het gulle goud uit Groenlo de dag met elkaar doorneemt waan je je ook heel even in de periode toen de wereld nog niet gehaast door het leven ging en men tijd voor elkaar nam.

Ook zaterdag nam men tijd voor elkaar, zelfs zoveel dat de avond al snel overging in de nachtelijke uurtjes. Dat is dan ook vaak het moment dat het lijkt alsof er superlijm onder je zolen zit en het dus de grootst mogelijke moeite kost uit je stoel te verrijzen en de hielen te lichten.

En dat laatste, omdat gezelligheid  een kostbaar bezit is dat niet in geldelijke waarde is uit te drukken, leverde ook deze keer een zware tweestrijd op. Maar er is een tijd van komen en gaan, dus…

Ode aan de boer.

Abraham Hoebink.

Geschikt voor een vurige tango.

Wegens ruimtegebrek werd de kerstboom opgehangen.

Stienie en Freek na 40 jaar huwelijk nog even dartel.

Klessenbessen aan de stamtafel.

Bier, Weiber und Gesang.

 

 

 

Kerstvertelling voor bij een knapperend houtvuur

Het was een berucht gegeven dat in de regententijd de heren van het wufte gewest Holland een grote passie opgebouwd hadden voor de genoegens des levens. Daaronder viel te verstaan het verorberen van culinaire spijzen, het laven van verfijnde distillaten, van blond schuimend gerstenat en zeker niet te vergeten, het genieten van weelderigere deernen die het nimmer te nauw namen in welk bed en met welk heerschap zij de donkere uren van de dag doorbrachten. Het leven van deze heren had zich als een waar aards paradijs en hen voltrokken en onder de hemelpracht van zulk een bestaan waren ze in de waan van het aanbod van zo veel genot ernstig blasé geraakt. Het kon niet op en het was nimmer genoeg. Lamenterend in dronkenschap in hun chique hoven en patricierspanden, was de roep om nog meer van dit alles, tot over de Gelderse IJssel te horen.

Daar kwam nog bij dat de heren in het gewest Holland weliswaar even vraat- als hebzuchtig waren, maar het woord hygiëne nog uitgevonden moest worden. Het wemelde er van de ratten, muizen, kakkerlakken, strontvliegen, luizen en bedwantsen. Een bad nemen was in de die dagen uit den boze, want het grachtenwater was zo bruin als koffie en stonk als een vergeten beerput. Het was de achttiende eeuw, dus midden in de pruikentijd. Het was bekend dat de hoofden van de dames en heren bezaaid waren met jeukwonden en zweren en een pruik gold in die dagen dan ook als een wondermiddel tegen alle zichtbare kwalen.

Dat de smerigheid welig tierde in het gewest Holland nam de Bekveldse aardappelboer Hermanus Nab met eigen ogen waar, die een volgeladen paardenkar piepers moest afleveren bij een Haagse herberg, en bij de avondmaaltijd  getuige was van een ballet door een tiental ratten, die hij slechts met de grootst mogelijk moeite wist te beëindigen. Nog voor zijn terugkeer in Bekveld heeft hij bij de veepont van Brunssum een ijskoude duik in een wak moeten nemen om zich van de Hollandse vlooien te ontdoen.

Zelfs in de Achterhoek, waar vanaf het midden van de maand december in het illustere jaar 1787 koning winter zijn toorn reeds getoond had, lagen de smerigheid, vraat- en hebzucht van het Hollandse gewest de Bekvelders zwaar op de maag.  In het bescheiden Bekveld had de alles verslindende genotzucht van het gewest Holland, de boeren en burgers tot toorn gebracht. Hadden ze niet al genoeg koeien, varkens, hoendervogels, gerst, melk, hop en klei via de IJssel ontstolen, vroeg de jonge Sijbrecht Smeitink, terwijl hij met een driftig gebaar een mok illegaal gestookte brandewijn achterover sloeg en alle aanwezigen van de taveerne Rondum Jan de schrik op het lijf joeg.

Het was al erg genoeg de vreselijke stankoverlast vanuit het gewest Holland te moeten slikken. Maar opstaan tegen de regenten en diens trawanten was niet van gevaar ontbloot. En als we het over ontbloot hebben, dan ook maar meteen over de jaarlijkse Bekveldse oogstfeesten, waar door de hebberigheid van de het gewest Holland steeds minder gerstenat uit Groenlo getapt werd.

Dit viel ook in het verkeerde maar gortdroge keelgat van de jonge snuiter en onverlaat Gerben ter Moat. Die stond Sijbrecht Smeitink dan ook met luid gekrakeel stande pede bij en sprong op de tafel alwaar hij driftig gebarend De Buufs opriep demonstratief het volkslied van Bekveld op te dreunen, dat hij zich nog goed herinnerde van de droge zomer in Bekveld van dat jaar.

Terwijl het buiten steeds heviger begon te sneeuwen en op afstand een roedel wolven een bezwerend gehuil liet horen, werd de sfeer aan en rondom de stamtafel van Rondum Jan met de minuut grimmiger. Nu het kerstfeest naderde steeg de saamhorigheid naar het hoogste niveau. Maar ondanks de sfeer bleef de rauwe werkelijkheid overeind als een oude niet te vellen eik. Een kerst zonder wildbraad. Zonder aardappelpuree met bronzen wildsaus overgoten. Zonder gestoofde peren en een torenhoge griesmeelpudding omringd door geweekte pruimen en rozijnen, kon geen kerst zijn.

Het oproer kraaide dus, maar wat te doen met slechts een dozijn hooivorken en tweemaal zo veel vuisten zo groot als kolenschoppen? In deze radeloze woede ontstonden de meest woeste plannen die alweer verlaten werden alvorens ze tot wasdom kwamen. Tot de jonge snuiter Gerben ter Moat het gouden plan leek te hebben.

“We geven die luizige pruiken de wind van voren!” tierde hij stampvoetend op de stamtafel.

“De wind van voren?” Gromden de toehoorders in koor.

“Ons geheime wapen.”

“Hoe dan?”

“We laten ze een poepie ruiken.”

“Poepie laten ruiken?”

Toen de toeloop bij Rondum Jan ieders verwachting begon te overtreffen laaide het vuur bij Gerben nog hoger op.

Het ernstige feit dat de ganse mondvoorraad bij Rondum Jan uit slechts 3 vergeelde spruitjes, een verdorde rode biet en een paar stinkende varkens- en kippenpoten bestond, maakte dat de stemming omsloeg in rebelsheid en durf.

“Hoe moeten we ze een poepie laten ruiken,” vroeg de schrandere Titus Harmsen, terwijl hij met gebalde vuist een stap voorwaarts deed.

“Met de broek uut natuurlijk, anders zakt het je in de eigen klompen. We stinken de heren van Holland uit hun hoven en villa’s,” riep Gerben kordaat.

“Maar de Hollandse gewesten liggen op een halve dag gaans,” klonk Titus moedeloos.

“We blazen de stinklucht met al onze midwinterhoornblazers richting Holland. De donkere wolken bereiken de heren dan in een paar uur tijd.”

Binnen een uur werden alle midwinterhoornblazers en Bekvelders van wie bekend was dat ze in staat waren een flink poepie te lieten ruiken opgetrommeld en al snel stonden de Bekvelders, aangelengd met hun buren uit Keijenborg, Baak en Toldijk in een dikke rij gereed met de broek uut en ontstaken er donkere wolken die door een legertje puike midwinterhoornblazers de IJssel over gedreven werden. De lepe koster van de Remigiuskerk van Hengel zag vanuit de toren hoe de donkere wolken samenpakten en gevolgd door helse sneeuwbuien in grote snelheid westwaarts trokken om het gewest Holland eens een flink poepie te laten ruiken.

Het duurde slechts twee etmalen eerdat er een teken van leven uit de Hollandse gewesten kwam en dat loog er niet om. Een zwijgende karavaan voorafgegaan door de puissant rijke en zwaar bepruikte  jonkheer Herwig Veugeldrab van Snottebelle voorzien van witte vlag, naderde moedeloos en bezweken door de stankoverlast Bekveld. Het was de late middag van de dag voor de kerst. Een beter moment was niet te bedenken voor een mea culpa van de pedante pruikendragers van regenten en patriciërs. De jonkheer viel neer op zijn knieën en smeekte om stopzetting van de stankactie want zijn vier dochters waren zelfs met vlugzout en eau de cologne niet meer bij zinnen te krijgen. Hij vroeg nederig vergiffenis voor de veelvraat van het Hollandse gewest en wees met trillende vingertjes naar de karavaan die rijkelijk gevuld was met de zaligheden des levens.

Terwijl onder een vredig stemmend klokgelui van de Remigiuskerk de dekzeilen van de paardenwagens van de Hollandse karavaan getrokken werden, kwam een Bourgondisch feestmaal tevoorschijn waar zelfs de Franse Zonnekoning zich niet voor zou schamen.

Langzaam schoof de avond over de Bekveldse vlakten en trok de hemel open. Fonkelende sterren en dartelende gouden cherubijntjes schenen een zalig licht over de spijzen, wijnflessen en biertonnen die de Bekvelders ten deel vielen.  Nimmer werd er zoveel gegeten en gedronken in deze door noden zwaar geteisterde streek. Sedert die roemruchte dag in het jaar 1787 zou het feestgevoel nimmer de harten van de Bekvelders verlaten en zou deze tot ver over de streekgrenzen geroemd worden.

Naschrift:

In de vroege eenentwintigste eeuw zullen de drie plaatselijke schavuiten Robert ter Maat, Sander Hofs en Jaap Hartman in een aan de Koningsweg gelegen krot van de zeventiende eeuwse kluizenaar en chroniqueur Mad Navoel, een oud perkament document vinden waarin het bovenstaande verhaal nauwkeurig opgetekend werd. Ter herdenking aan het roemruchte moment in het jaar 1787 besloten de drie jongelingen voortaan ieder jaar de Broek Uut fuif te organiseren. Mocht er bij de aanstaande Broek Uut fuif weer een donkere wolk boven Bekveld richting westen des lands afglijden, weet dan hoe het zo gekomen is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boerenbedrog: Randstad versus de rest van Nederland

De Randstad verkeert in een groeiende roes waarin het denkbeeld verankerd ligt dat de rest van Nederland eeuwig horig zal zijn aan morele betutteling en dwang. De Randstad, zeer begaafd in het ventileren van veel woorden om de zinnen van de rest van Nederland te begoochelen, lijkt daarmee zichzelf in de voet geschoten te hebben. Immers Hoogmoed komt voor de val zegt een oud spreekwoord, want sedert Dokkum zie je dat de Randstedelijke arrogantie niet langer als een automatische reflex door de rest van Nederland geslikt wordt.

De Randstad  zonk in die roes weg aan het delirium van een zelfbedacht deugen, maar blijkt zelf niet in staat te deugen of zelfs maar iets deugdzaams te produceren, zoals bijvoorbeeld het broodnodige voedsel.

Of de Randstad zelf nu wel zo deugt is dus nog maar de vraag. Het epicentrum van de criminaliteit bevindt zich nog steeds in de Randstad. Voor vereenzaming, zelfverrijking, torenhoge luxeverering en milieuverslindende reisdrift, ben je toch echt in de Randstad het beste uit.

De vermaledijde koolstofdixiode (CO2) uitstoot waar heel Nederland schuldig aan verklaard wordt en waarvoor om vermindering te bevorderen onacceptabel grote financiele offers geëist worden, wordt vooral in de Randstad de lucht in geblazen. Opvallend genoeg heeft stikstofdioxide (NO2), in dezelfde regio de hoogste emissie. Wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog, lijkt hier van toepassing als je het Randstedelijke geklaag over de Paasvuren moet aanhoren.

Het gewasbeschermingsmiddel neonicotinoïde zoals Imidacloprid, door het Randstedelijke groene gilde steevast bijengif genoemd, kent in het oppervlaktewater van de Randstad de hoogste metingen.

Recent werd de boer in verband gebracht met toenemende bodemdaling. Opvallend genoeg daalt de bodem vooral in de met steeds meer betonnen hoogbouw bezaaide Randstad waar bijna niets meer onverhard is en het dichte wegennet overvol is.

De natuurliefde die de Randstad deed smelten voor de Nieuwe Wildernis van de Oostvaardersplassen maar uitgroeide tot een groot dierlijk drama, blijkt nu o ironie, smakelijk wildbraad op te leveren. Niet voor de rest van Nederland maar voor de Amsterdamse grachtengordel, want natuur vanuit de luie stoel moet wel smaken.

Het mooie praten in de Randstad wordt dus niet met daden maar alleen met de mond bedreven en door de rest van Nederland als gebakken lucht opgesnoven. Je zou het een soort luchtvervuiling kunnen noemen waarop een roetfilter geen overbodige luxe zou zijn. Hebben ze in de Randstad last van de plattelandse Paasvuren, de rest van Nederland raakt oververmoeid van de dwingende aanbevelingen die met veel quasi intellectuele bombarie via dagbladen, omroepen en zelfbenoemde opiniemakers het land in geslingerd worden. Het Nederland dat vanuit de ivoren toren Randstad geregeerd wordt heeft een overschot aan nutteloze doctorandussen en een schrikbarende schaarste aan technisch personeel te verduren. De ivoren toren is inmiddels verworden tot de Toren van Babel die tot een Babylonische spraakverwarring leidde. De Randstad verstaat en begrijpt de rest van Nederland niet langer en reutelt maar door met mooie woorden.

De rest van Nederland wordt voortdurend zoals in de oude tijden van de donderpredikant die vanaf de kansel zijn bange toehoorders voor de duivel waarschuwde, opgezadeld met schuldgevoelens over de duistere tijden van de vaderlandse geschiedenis. Zo worden de slavernij en het kolonialisme de rest van Nederland verweten om die in schuldgevoel te dompelen. Schuldgevoel maakt immers horig en slaafs.

Het sinterklaasfeest moet zich onder de doem van deze boetedoening aanpassen omdat het racistisch zou zijn en aan het slavernijverleden herinnert. Maar laten we het een opzettelijke Freudiaanse verspreking van de Randstad noemen, want was het niet de Randstad zelf die de onderwerping en uitbuiting van vreemde volken en de aanschaf van slaven verordonneerde? Was het niet de Randstad zelf die aan het lot van de gekoloniseerde volken en slaven rijkelijk verdiende? De rest van Nederland was overwegend zelf tot slavernij gedoemd of deed brave handel via en met de Hanzesteden met producten die door de rest van Nederland gewonnen of vervaardigd waren. Vergeleken met de Atlantische slavernij en het kolonialisme door onder meer de VOC, was de Hanze handel vreedzaam, tot de Randstedelijke hebzucht het Hanze project wegconcurreerde, want vreemde volken slavenarbeid voor je laten doen was lucratiever dan zelf de handen uit de mouwen steken.

Net zoals nu kon men in die duistere tijden in de Randstad fantastisch goed praten, maar met de handen werken werd aan de lagere stand en de rest van Nederland overgelaten. Het waren tijden van grote armoede en soms zelfs hongerepidemieën. Terwijl in de regenten- en patriciërshuizen in de Randstad fonkelende feesten gehouden werden en men zich volvrat met wat de rest van Nederland oogstte of met gevaar voor eigen leven uit de rivieren en zeeën viste, had de rest van Nederland nauwelijks iets te verhapstukken.

De rest van Nederland bedwong het wassende water van de rivieren en de ziedende zee. Legde het land droog zodat het volk niet verdronk. Bouwde de huizen die nu beschermd monument zijn. Organiserende het landschap zodat het voldoende voedsel aan de gehele mensheid van Nederland bood. Waagde het eigen leven door diep in de Limburgse gronden kolen te delven zodat de Randstad niet bevroor. Moest het vuile werk opknappen in de koloniën of anders verhongeren. Was gedwongen het aardgas onder de huizen te laten wegpompen zodat er nog slechts ruines overbleven.

Zouden we het Randstedelijke moralisme waarmee de rest van Nederland vaak op een zijspoor gezet wordt aan werkelijkheidsgehalte toetsen, dan blijken de hoogopgeleiden, die vooral in de Randstad clusteren, zich aanzienlijk minder in te zetten voor hun medemens. Was het al een bekend fenomeen dat het plattelandsleven rijk is aan vrijwilligers, de Randstedelijke mooipraters blijken heel wat minder te voldoen aan de menselijke maat. Het verbeter de wereld, en begin bij jezelf is er niet het heilige credo.

Maar zoals aan het Romeinse imperium ooit een eind kwam zal ook de Randstedelijke hegemonie het moeten aflegen tegen de rest van Nederland. De kloof tussen mooi praten en hard werken zal de Randstad opbreken. Het nijpend tekort aan technici laat al een herwaardering zien van degenen die intelligenter met de handen dan met hoofd zijn. Hier wreekt zich het stigmatiserende onderscheid tussen hoog- en laagopgeleid, met de laag opgeleiden als slachtoffer van oneerlijke beloning en een ten onrechte geringer maatschappelijk aanzien.

Het is nog nooit iemand gelukt honger met woorden te stillen, dus het beroep van boer zal ooit uitgeroepen worden tot ’s lands kostbaarste bezit dat je beter in de watten kunt leggen dan te stigmatiseren. Het levensmonopolie ligt bij de rest van Nederland die geen meel in de mond nodig heeft met grote woorden, maar het meel liever in het brood doet.

De rest van Nederland laat zich geen schuldgevoel meer aanpraten over misdaden die de Randstad zelf in haar historie gegrift heeft staan. Ergens op een weg nabij Dokkum besloot een afvaardiging van de rest van Nederland de beschuldigende vinger van de Randstad het zwijgen op te leggen. Het zou verstandig zijn als de Randstad zelf tot het inzicht kwam dat de rest van Nederland zich niet langer laat vermurwen door een veelheid aan woorden en leegheid aan maatschappelijk nut. Dankzij de Randstedelijke deugbrigade is de beroepsgroep die voorziet in de meest primaire levensbehoefte van de mens tot paria verklaard en werd een onschuldig kinderfeestje tot slavernij en racisme gedeformeerd. Het wordt tijd de Randstad maar eens een spiegel voor te houden want na eeuwen van veelvraat hebben de deugers daar een grote schuld aan de rest van Nederland opgebouwd.

Nou, bij deze dan.