Drukke wandelwegen in de sneeuw

 

De vele keren dat ik gewapend met verrekijker en camera het veld inging om de fauna te schouwen of te monitoren, moest ik het nogal eens doen met gemiste kansen. De zichtwaarnemingen waar je het toch voor doet, gingen dan net aan mijn neus voorbij. Bij het wandelende deel van de fauna heb je dan toch vaak nog een herkansing: sporen. Na een avond en nacht sneeuwval doet zich in de ochtend een mooie kans voor de fauna te schouwen zonder die zelf te zien. Dan valt het op dat het flink gespookt heeft. Mensschuwe fauna wandelt dan, zich onbespeid wanend, over de vacht van Moeder Aarde om in de maagdelijke sneeuw kunstige prentjes af te drukken. Wat opvalt, is dat er meer aan fauna is dan wat zich met zichtwaarnemingen aandient. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik altijd wel soort faunavoyeur ben geweest. Snuffelend als een Sherlock Holmes, spoorzoekend naar de mysterieuze praktijken van het gedierte. Bij alle sporen die ik deze keer wél zag, ontbrak die van de wolf. Het had gekund, want de soort is gestadig westwaarts aan het migreren. Maar toch, afgezien van een in juli vorig jaar verdachte vondst van een aan flarden gescheurd reekalfje, heeft de wolf tijdens mijn tochten nog geen spoor van zijn bestaan achtergelaten.

Advertenties

Boerenbedrog: Boeren onder curatele van een overijverige overheid

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten lijkt het op zich te hebben genomen de boer voor eens en voor altijd flink mores te leren. Na al een paar onverteerbare gebeurtenissen waarbij ze de boer nog voor het wettig en overtuigend bewijs geleverd was, betichtte van kalverfraude en het verspreiden van ziekten door de pluimveesector, heeft ze een nieuw proefballonnetje opgelaten met de verplichting van het gebruik van digitale apparatuur voor verantwoording en monitoring bij het uitrijden van mest. En dit bij de reeds andere onzalige bureaucratie waar de boer al mee geconfronteerd wordt en die het beroep van voedselproducent in een constante wurggreep houdt. Anders gezegd, de boer zal vanaf 2021 nog slechts mest mogen uitrijden met AGR-GPS apparatuur en het laatste restje privacy dat hem nog rest ontnomen worden. Naast de administratieve controle tot op het bot en de controle middels satellietwaarnemingen, zal de boer dan geheel onder curatele van Vadertje Staat staan.

De boer die feitelijk ondernemer is, wordt daarmee steeds meer ambtenaar. De doembeelden van de Sovchoz onder de Sovjet-Russische dictator Jozef Stalin en de ronduit paranoïde overheidscontrole zoals verwoord in de futuristische roman 1948 van de Britse schrijver George Orwell, komen dan angstaanjagend dichtbij.

De obsessie die bepaalde politieke stromingen, natuurorganisaties, kranten, omroepen en bestuurders met de boer hebben, komt daarmee in steeds onfrisser vaarwater en dreigt van de boer een maatschappelijke paria maken.

Er is geen enkel beroep dat zonder zonden is, dus komen ook in de agrarische sector, misstanden voor. Maar in geen enkel ander beroep wordt klassikaal gestraft voor de zonden van enkelen. Zo staan politici en overheidsdienaren ook niet dag in dag uit met satellietbeelden en AGR-GPS apparatuur onder curatele omdat enkelen van hen misbruik van hun positie gemaakt hebben.

Het lijkt ook de teneur te worden dat iedere nieuwe staatssecretaris en minister graag moreel wil scoren over de rug van de boer, met als gevolg dat ieder opvolgend kabinet de boer opzadelt met een nieuwe verstikkende regelgeving.

Sedert de PvdA’er Sicco Mansholt in 1945 als minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening aantrad, heeft de boer de Vaalser berg aan papiermassa met voorschriften, bepalingen en geboden moeten slikken om zijn brave beroep als voedselproducent te kunnen uitoefenen.

Maar we mogen ons zo langzamerhand ook gaan afvragen of de boer niet het handige afvoerputje geworden is voor alle ontsteltenis die er over het milieu en het klimaat op ons afkomt. De boer als de grote zondebok, is dan ook de meest makkelijke keus want de boer werkt te hard om zich te verweren tegen alle onterechte aantijgingen. Wat niet wegneemt dat het wel een klimaat van vergiftiging van de publieke opinie jegens de boer schept en aanwakkert.

Je moet toch echt geharnast door het leven gaan als je als kind van een boer er nog voor uit durft te komen dat je uit een boerengeslacht afkomstig bent en misschien zelf ook boer wil worden.

Het is in dat opzicht misschien cynisch te noemen dat het juist Carola Schouten is die de invoering van een landelijk meldpunt betreffende zelfmoorden onder boeren overweegt. De psychosociale druk onder boeren is namelijk zo hoog dat hier grote zorgen over geuit worden.

De minister mag boeren dan collectief van kalverfraude en van het verspreiden van ziekten via de pluimveesector beticht hebben, hier lijkt de put pas gedempt worden als het kalf al verdronken is. Misschien wordt het dan ook eens tijd dat de burger die zijn welzijn aan de boer te danken heeft, de boer in bescherming neemt tegen de voortdurende stigmatisering waaronder hij en zijn gezin gebukt gaan.

 

Nieuwjaarsborrel Buurtvereniging Bekveld bracht gezellig winterintermezzo

Bekveld is een buurtschap met een eigen bestuur, een eigen vlag, een eigen volkslied, een eigen schutterskoning, een eigen jaarfeest, een eigen Paasvuur, eigen vrijwilligers, een eigen omroep, een eigen Eifeltoren, en zeker niet in de laatste plaats, met eigen inwoners. Het ligt dan ook in de rede dat Bekveld ook een eigen Nieuwjaarsborrel op de agenda zet.

Afgelopen zondag vond die voor de tweede keer plaats in het rustieke lustoord De Branderhorst, alwaar ’s zomers stedelingen met een diepe zucht Bekveldse lucht kunnen inademen en kinderen leren dat melk toch echt eerst uit een koe komt alvorens het in een pak geperst wordt.

Zoals in het blazoen van de Buurtvereniging Bekveld geschreven staat, Buurtschap is Meesterschap, waren de vrijwilligers flink in de weer er een fijne ochtend en middag van te maken met een allerlei aan smakelijkheden zoals kniepertjes, wafels, roggebrood met kaas of spek en soepen van het huis.

Opvallend was dat van jong tot en met oud het vrijwilligerswerk naar hartenlust beleden werd en dat er inmiddels zelfs 3 generaties Smeitink klaarstaan dit tot in lengten van dagen door te geven. Er mag dan bevolkingskrimp zijn, Bekveld geeft geen krimp als het om buurtschap gaat.

Daar komt nog bij dat zodra er meer dan een Bekvelder bijeenkomt een ander geheim wapen ter hand genomen wordt om de gezelligheid naar grotere hoogten aan te sporen. Na de droogjes volgden dan ook snel de natjes en werd bij een zeer geanimeerd gesprek menig smaragdgroen flesje aan de lippen gezet.

We kunnen vaststellen dat de Nieuwjaarsborrel een zeer geslaagde samenkomst was, zoals uit onderstaande foto’s moge blijken.

Voor wie mocht denken dat het nu wachten wordt op de eerst lenteboden alvorens men elkaar weer in de ogen kan kijken, op 8 februari biedt de jaarvergadering van de Buurtvereniging een nieuwe kans die men beter niet kan laten schieten.

Wil men liever echt schieten, later in het vroege voorjaar zal Bekveld ook weer meedingen voor de hoofdprijs in het Stratenschiettoernooi van Willem Tell.

Kleine foto-impressie voor het nageslacht:

Jong geleerd is oud gedaan.

De glühwein wordt opgediend.

De snert met worst komt eraan.

Het boerengezin in authenthiek interieur.

Deze Keijenborgse cowboy was er ook.

Aan de dis zonder gekissebis.

Heb je het al gehoord?

 

Bekveld tuimelt overdonderend het nieuwe jaar binnen

Trappelend van ongeduld stevende Bekveld op de laatste dag van het jaar af om er letterlijk een overdonderd sluitstuk 2018 van te maken. Het Koningsmagazine mocht getuige zijn van enkele hoogtepunten van de laatste dag van het jaar.

Bij Berna en André Maalderink.

Te beginnen bij de Berenschotstraat, op het erf van de familie Maalderink, waar de tradities van de Achterhoek nog stevig aan de borst gekoesterd worden. Wie zijn historie met het badwater wegspoelt, is gedoemd zonder toekomst te zijn, zullen we maar zeggen. Tradities bepalen ook de toon van een volk, dus bleek op deze plek het cultureel immaterieel erfgoed, dat carbidschieten toch is, op handen gedragen te worden. Dat de gastverleners de gasten met eer overlaadden door ze de toorts der wijsheid aan te reiken zodat ook zij konden knallen, bewijst dat de gemeenschapszin hier welig tierde. Mochten buitenstaanders veronderstellen dat er in Bekveld feestelijke samenscholingen zijn zonder de zaligheden die de inwendige mens versterken, er was warme chocolademelk, koffie, thee, een ruime voorraad schuimend beekwater uit Groenlo en een rijk assortiment aan hartige hapjes. Je mag dan het risico lopen doof te worden, honger en dorst komen in Bekveld niet voor.

 

Martijn Maalderink loste het eerste salvo.

De verslaggeefster schoot ook weer mee.

Er was zelfs een bierwagen.

Bij Dinie en Peter Berenpas.

De volgende locatie die bezocht werd, was het erf van de altoos gastvrije Dinie en Peter Berenpas, die bij hun gebruikelijke jaarafsluiting de vuurmonden weer op de Randstad gericht hielden. We kunnen melden dat het Scheveningse inferno niet door de houwitsers van de Wichmondseweg veroorzaakt werd, maar door Haags bestuurlijk wanbeleid. Eigen schuld, dikke bult dus. In tegenstelling tot de ellende in het westen, was het bij Dinnie en Peter vooral gezellig met ook hier rijkelijk vloeiend beekwater uit Groenlo en hartige hapjes waarvan sommige uit de frituur kwamen. Helaas was bij aankomst Underkoffer al gevlogen. De band blijkt na het Spaanse tournee niet meer bij te benen. Desalniettemin  was het daar aan de Wichmondseweg een sfeervol gebeuren dat tot in de donkere uurtjes doorging.

Richting Randstad?

Inferno aan de Wigmondseweg.

Gezelligheid siert de mens.

Bij Ina en Tonnie Burghardt.

Het Koningswegmagazine zou zichzelf verschut zetten als een bezoek aan de twee toverfeeën van de Koningsweg  in de berichtgeving zou ontbreken. De dames Ina Burghardt en Ans Hofs weten als geen ander de boel bij mekaar te houden met hun eindejaars carbid-party met buffet toe. Alleen toverfeeën van het kaliber van Ina en Ans weten hun toverstafjes zo te gebruiken dat hun gasten van alle gemakken en lekkers voorzien worden. En dan hebben we het over dagverse soepen, ter plaatste gebakken warm banket en warme en koude dranken. Het gerucht dat de kniepertjes door de harde knallen van het carbidschieten zich spontaan ontrold zouden hebben, kunnen we helaas niet bevestigen, maar er zal zonder twijfel wel ergens de inhoud van een porseleinkast ter ziele gegaan zijn. Niet ter ziele waren Ina en Ans, die ondanks hun zware taak in het gezellig houden van de buurt, nog zeer levenslustig waren. Een driewerf bravo aan beide dames en hun flankerende heren Tonnie en Wim, is hier op zijn plaats.

De Louis seize-divan van Ina er ook maar in?

Bourgondisch op z’n Bekvelds.

Nog een snufje cayennepeper?

Bij Hennie en Theo Berendsen.

Na een retraite van enige uren ging in de avond de tocht naar het jachtslot van de edele dame en heer Hennie en Theo Berendsen. Nadat de ophaalbrug was neergelaten en we het jachtslot konden betreden, werden we meteen vriendelijk vanuit het hiernamaals toegelachen door het gedierte aan de wand. Theo wachtte ons met de dubbelloops op met de opmerking geniet of ik schiet. Omdat we liever genieten dan als geschoten wild afgevoerd te worden, namen we het er dan ook meteen maar van met versgetapt bier. Een geste van Richard Oldenhave, die naast een getapte jongen en stamgast, ook zo menslievend is dat hij de bezoekers een vat van het gulle goud offreerde.

Deze keer schoot gastheer Theo op klokslag 24.00 uur niet horizontaal maar verticaal de lucht in, wat een fraai siervuurwerk opleverde. Daarna stroomde het jachtslot snel vol met vrienden en kennissen en werd de nacht zoals je zou willen dat die worden zou aan onze waarneming voltrokken. Gezelligheid op commando is vaak gedoemd te mislukken. Daarom geen commando maar het vriendelijke verzoek er een fijne avond van te maken. Naast het geweldige assortiment aan gezelligheid, waren er ook hapjes die weer tot dorst opriepen en vice versa. Toen de nacht alweer snel richting ochtend ging en de bodem van het biervat zichtbaar werd, brak ook helaas het moment weer aan huiswaarts te keren. Geen moment te vroeg, want uw verslaggever wist al glibberend ternauwernood een greppel te ontwijken.

Er was een kastelein uit Brabant.

Zij waren er ook weer,

Zo gezellig was het er dus.

Deftig samenzijn in de jachtkamer.

Dame Hennie toont haar edele viervoeters.

Gemma en Guusje krijgen obstakeltraining

Je zou toch maar beloerd worden door een roedel hongerige wolven. Of om nog maar te zwijgen over een bloeddorstige adelaar die met zijn gruwelijke klauwen een brute greep naar je bips doet. Het gevaar schuilt immers in een klein hoekje. Dus kregen Gemma en Guusje een training in de overlevingskunst betreffende de vele gevaren die een shetlandpony nu eenmaal te overwinnen heeft. Daarom streden ze zoals Joris zijn draak te lijf ging, tegen de glinsterende wimpels die met driftige bewegingen de scherpe tanden in hun lijfjes vast wilden bijten. Maar ze waren ze te slim af en wisten hun vege lijfjes te redden en aan de gevaren te ontsnappen. Daarna was het bijkomen bij een heerlijke versnapering. Nu nog maar hopen dat ze vannacht niet bezocht worden door vreselijke nachtmerries. Om in paardentermen te blijven, nachtmerries komen te paard, maar verdwijnen te voet.

Alleen als Gemma ook durft.

Guusje grijpt de draak bij de staart.

Van mijn leven niet.

Hellup!