Boerenbedrog:  De Partij voor de Dieren ‘Ik denk dat ik nooit meer zoiets moois zal zien’

Het liefst willen ze Nederland omtoveren tot een Nieuwe Wildernis à la Oostvaardersplassen. Dat dieren creperen is alleen erg als de mens er schuldig aan is, want dieren zijn door hen heilig verklaard en doen dus nooit iets kwaads. We hebben het over het lichtgeraakte volkje van de Partij voor de Dieren.

Gisteren stond een artikel in de digitale AD waarin gejubeld werd over het afslachten van een “schreeuwend” reekalfje door een wolf.

Twee toevallige natuurminnaars die toevallig een weekje op de Veluwe vakantie houden, zagen het toevallig voor hun ogen gebeuren en legden het vast. Toevallig was er ook een juffrouw van de krant die het zalige moment van de twee natuurminnaars voor de eeuwigheid vastlegde:  Ik denk dat ik nooit meer zoiets moois zal zien.

Vroeger noemde je dat opgelegd pandoer, of nog liever doorgestoken kaart. Want hoe toevallig is het dat twee vakantiegangers, die in 2017 op de kandidatenlijst van de Partij voor de Dieren stonden, net toevallig bij het enige wolvenpaar dat Nederland rijk is met een camera klaarstaan om toevallig een reekalfje te zien verslinden.

Dat roofdieren andere dieren prederen is de normaalste zaak van de wereld als het ook echt dieren in de natuur betreft. Maar de natuur in Nederland is allerminst natuurlijk en te zeer gekunsteld door natuurbeheerders die voor God spelen, maar van een glazen bol gebruikmaken die bewasemd is door wensdenken. Toen in de Kamer nogal wat opschudding ontstond over van honger creperend graasvee in de Oostvaardersplassen, riep Marianne Thieme uit Dat is de natuur. Pas nadat de publieke opinie dit niet langer accepteerde, probeerde ze het met het raffinement van de slimme  jurist (wat haar opleiding toch is) wat bij te schaven om haar eigen electoraat goed te stemmen.

Het maakt ook begrijpelijk dat de Partij voor de Dieren-Flevoland ijverde voor de komst van de wolf, want het probleem van het creperend graasvee in de Oostvaardersplassen opgelost door de natuur. Hoewel natuur, graasvee opsluiten binnen wildrasters en uitleveren aan roedels wolven nou niet bepaald natuurlijk is maar gewoon ordinaire dierenkwelling.

Maar toch, de wolvenvereerders van de Partij voor de Dieren zouden de mens het liefst willen verdrijven door ze in een terrarium met wilde dieren op te sluiten. Zonder rattengif, zelfbeschermingsmiddelen tegen overwoekerend groen en pathogene insecten, zou die wens wel eens bewaarheid kunnen worden zodat de meneren en mevrouwen van de Partij voor de Dieren vanuit hun comfortabele fauteuil niet meer in de bewasemde glazen bol hoeven te staren, maar voor het schoongewreven scherm van hun beeldbuis kunnen jubelen: Ik denk dat ik nooit meer zoiets moois zal zien.

Als het aan deze wensdenkers zou liggen gaan we terug naar de nostalgische periode dat in ons land nog wolven kuierden. Het was echter niet alleen een tijdperk van pastoraal landschap en ongerepte natuur, maar er waren ook honger en uitbraken van epidemieën en moesten landarbeiders in plaggenhutten zich met een schamel rantsoen in leven zien te houden.

Met de te verwachten 20 miljoen Nederlanders die voedselvragend zullen zijn, kunnen we er in ieder geval van verzekerd zijn dat de glazen bol bij de Partij voor de Dieren in de toekomst niet zal werken. Meer Nederlanders betekent namelijk ook meer huizen, wegen, autobewegingen en vliegreizen naar de verre oorden waar Marianne Thieme al zo’n 36 keer een lezing heeft gegeven zodat ze de wereld voor ondergang kan behoeden door iedereen op te roepen minder te vliegen.

Rest de vraag of de Partij voor de Dieren nu een nieuwe golf ramptoerisme richting Veluwe zal ontketenen om te genieten van het verslinden van reekalfjes. We kunnen ze verzekeren dat de wolven er wel zin in hebben nu ze heel toevallig net welpjes geworpen hebben.

Foto boven het artikel is van een vorig jaar in Bekveld gepredeerd reekalfje. Dader onbekend.

Advertenties

Boerenbedrog: Wie zonder zonde is werpe de eerste steen

Bij de natuurbeweging, de pers en overwegend linkse politieke stromingen bestaat de sterke neiging bepaalde bevolkingsgroepen in de strijd voor een betere wereld op het virtuele executieblok te zetten. Het slachtoffer van dit mechanisme wordt geofferd om de eigen handen in onschuld te wassen. Het slachtoffer noemen we de zondebok. Een klassieker die al vele eeuwen meegaat en de tand des tijds heelhuids heeft weten te doorstaan. Het effect ervan krijgt vaak een troosteloze dynamiek. Als de geest eenmaal uit de fles is krijg je die niet makkelijk terug onder de kurk. Degenen die er gebruik van maken beseffen dat ten volle, maar het zal ze er niet van weerhouden zich er schuldig aan te maken.

Vaak wordt gebruikgemaakt van incidentele misstanden om die uit te vergroten en te veralgemeniseren alsof ze schering en inslag zijn. Soms overstijgen die het niveau van de complottheorie nauwelijks. Een zeer geschikte zondebok is degene die zich nauwelijks verdedigt. Aan degenen die zich wel verdedigen wagen ze zich uit lafheid liever niet.

Over het verspreiden van geruchten en het aanwijzen van zondebokken schreef de Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller, met als historische brongeving de heksenprocessen van Salem, het toneelstuk  The Crucible. Hoe geruchten een eigen dynamiek ontwikkelen met uiteindelijk noodlottige gevolgen. Het toneelstuk moest een waarschuwing zijn voor het gevaar van het verspreiden van geruchten en de dramatische effecten ervan.  Helaas zijn die daarmee niet beëindigd, maar moeten we toezien dat in toenemende mate het nobele beroep van de voedsel voorzienende boer eraan geofferd wordt

Dat de boer een geschikt slachtoffer is die steeds vaker richting offerblok geduwd wordt valt bijna iedere dag  in een mêlee van berichtgeving waar te nemen. Als de insecten afnemen, dan is het niet de bevolkingsgroei en alle daaraan inherente effecten, maar wordt de boer er expliciet voor op het offerblok gezet. Is er sterte onder de honingbijen dan zijn het niet de 40 ziekten en plagen (zoals onder meer de  Varroa destructor) die het diertje treffen maar de boer met zijn vermaledijde neo-nicotinoïden. Dat laatste is vooral interessant als je weet dat het hoogste residu in het oppervlaktewater van de Randstad gemeten wordt en de sterfte onder de honingsbijen aan het afnemen is. Curieus daarbij is dat uit recente onderzoeken blijkt dat de honingbij de wilde bijenpopulaties juist bedreigen.

Als negatief veronderstelde veranderingen in het landschap worden geconstateerd, hoewel talloze meeroorzaken aan die veranderingen in het landschap ten grondslag liggen, wordt volgens een vast patroon de meest favoriete zondebok bij de oren gegrepen. De verveelvoudigde bevolkingstoename, de daardoor toenemende voedselbehoefte, de enorme groei van de steden, het wegennet en de verkeersstroom, van het industriële complex waartussen de boeren hun beroep moeten zien uit te oefenen, worden gemakshalve over het hoofd gezien. Geen wonder, want degenen die de boer als zondebok opvoeren zijn louter door hun bestaan zelf medeschuldig aan de bevolkingstoename en de effecten daarvan.

Dierenleed is een droevig bijverschijnsel van het eten van dieren. Toch zijn er in het Nederland van de klagers over boeren maar liefst circa 16.400.000 mensen (het inwonertal van Nederland minus de circa 700.000 vegetariërs) die dieren eten. In ons land stemt bij verkiezingen ongeveer 40 procent op een diervriendelijke partij. Een eenvoudig rekensommetje maakt duidelijk dat een groot aantal vleeseters onder het diervriendelijke electoraat schuilgaat. Maar hier geen wie zonder zonde is werpe de eerste steen, maar wordt het eigen blazoen schoongeboend door de boer wegens de vleesconsumptie op het executieblok te zetten.

In Nederland kun je risicoloos boeren marginaliseren, stigmatiseren en ontmenselijken. Je kunt zonder risico een boerderij binnendringen en de bewoners gijzelen. Je krijgt als activist blijkens Boxtel zelfs de gelegenheid 10 uur lang je gang te gaan om in andermans bezittingen te snuffelen.

Het is waar dat in de agrarische sector zoals in alle andere beroepsectoren en bevolkingsgroepen misstanden voorkomen. Maar ondanks een aantal corrupte politici, stelende agenten, zedendelictplegende Artsen zonder Grenzen, aanrandende asielzoekers of met wetenschap frauderende hoogleraren, stormen daar geen activisten met camera of met 100 medetrawanten een huis binnen om naar bewijzen tegen de hele beroeps- of bevolkingsgroep te snuffelen. Voor het opsporen van misdrijven en het verzamelen van bewijzen tegen hen, hebben we ooit de politie en de zittende en staande magistratuur ingevoerd. Uiteindelijk bepaalt de rechter en niet 100 activisten of je schuldig bent aan een wetsovertreding.

Het monopolie van geweld ligt bij de overheid en niet bij activisten die met wederrechtelijk geweld het privédomein van burgers bestormen en binnendringen. Anders gezegd, zou je hier kunnen spreken van een door de natuurbeweging, de pers en overwegend linkse politieke stromingen bevorderde dan wel gedoogde discriminatie en vervolging van een hele bevolkingsgroep. Over discriminatie en het zoeken naar zondebokken bestaat een grauwe historie van slachtoffers. We zullen daarover maar niet nader uitweiden, maar de tijd dringt de hele beroepsgroep van boeren te vrijwaren van de selectieve verontwaardiging waarvan zij het dagelijks het slachtoffer zijn.

Wie tegen het houden en slachten van vee is moet niet bij de boeren op de deur bonken en er binnendringen maar bij de 16.400.000 vleeseters van Nederland verhaal halen. Een honderdtal activisten durft wel bij een boerengezin binnen te dringen, maar voelt bij de gedachte alle vleeseters van Nederland te belagen de mest door de milieuverontreinigende spijkerbroek sijpelen.

Wie aan het adres van de boer beschuldigingen uit doet er dus goed aan eerst even in de spiegel te kijken alvorens op zoek te gaan naar de meest favoriete zondebok in onze samenleving. Je zou bijna vergeten dat in deze jonge eeuw een beoogd premier door een geestverwant van de 100 laffe activisten op een schandelijk wijze tegen de grond geknald werd. Waarmee gezegd is dat sommige idealisten niet alleen met olifantspoten door een porseleinkast wandelen, maar in hun verblindheid ook tot geweldpleging geneigd zijn.

 

 

Boerenbedrog: Boeren onder curatele van een overijverige overheid

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten lijkt het op zich te hebben genomen de boer voor eens en voor altijd flink mores te leren. Na al een paar onverteerbare gebeurtenissen waarbij ze de boer nog voor het wettig en overtuigend bewijs geleverd was, betichtte van kalverfraude en het verspreiden van ziekten door de pluimveesector, heeft ze een nieuw proefballonnetje opgelaten met de verplichting van het gebruik van digitale apparatuur voor verantwoording en monitoring bij het uitrijden van mest. En dit bij de reeds andere onzalige bureaucratie waar de boer al mee geconfronteerd wordt en die het beroep van voedselproducent in een constante wurggreep houdt. Anders gezegd, de boer zal vanaf 2021 nog slechts mest mogen uitrijden met AGR-GPS apparatuur en het laatste restje privacy dat hem nog rest ontnomen worden. Naast de administratieve controle tot op het bot en de controle middels satellietwaarnemingen, zal de boer dan geheel onder curatele van Vadertje Staat staan.

De boer die feitelijk ondernemer is, wordt daarmee steeds meer ambtenaar. De doembeelden van de Sovchoz onder de Sovjet-Russische dictator Jozef Stalin en de ronduit paranoïde overheidscontrole zoals verwoord in de futuristische roman 1948 van de Britse schrijver George Orwell, komen dan angstaanjagend dichtbij.

De obsessie die bepaalde politieke stromingen, natuurorganisaties, kranten, omroepen en bestuurders met de boer hebben, komt daarmee in steeds onfrisser vaarwater en dreigt van de boer een maatschappelijke paria maken.

Er is geen enkel beroep dat zonder zonden is, dus komen ook in de agrarische sector, misstanden voor. Maar in geen enkel ander beroep wordt klassikaal gestraft voor de zonden van enkelen. Zo staan politici en overheidsdienaren ook niet dag in dag uit met satellietbeelden en AGR-GPS apparatuur onder curatele omdat enkelen van hen misbruik van hun positie gemaakt hebben.

Het lijkt ook de teneur te worden dat iedere nieuwe staatssecretaris en minister graag moreel wil scoren over de rug van de boer, met als gevolg dat ieder opvolgend kabinet de boer opzadelt met een nieuwe verstikkende regelgeving.

Sedert de PvdA’er Sicco Mansholt in 1945 als minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening aantrad, heeft de boer de Vaalser berg aan papiermassa met voorschriften, bepalingen en geboden moeten slikken om zijn brave beroep als voedselproducent te kunnen uitoefenen.

Maar we mogen ons zo langzamerhand ook gaan afvragen of de boer niet het handige afvoerputje geworden is voor alle ontsteltenis die er over het milieu en het klimaat op ons afkomt. De boer als de grote zondebok, is dan ook de meest makkelijke keus want de boer werkt te hard om zich te verweren tegen alle onterechte aantijgingen. Wat niet wegneemt dat het wel een klimaat van vergiftiging van de publieke opinie jegens de boer schept en aanwakkert.

Je moet toch echt geharnast door het leven gaan als je als kind van een boer er nog voor uit durft te komen dat je uit een boerengeslacht afkomstig bent en misschien zelf ook boer wil worden.

Het is in dat opzicht misschien cynisch te noemen dat het juist Carola Schouten is die de invoering van een landelijk meldpunt betreffende zelfmoorden onder boeren overweegt. De psychosociale druk onder boeren is namelijk zo hoog dat hier grote zorgen over geuit worden.

De minister mag boeren dan collectief van kalverfraude en van het verspreiden van ziekten via de pluimveesector beticht hebben, hier lijkt de put pas gedempt worden als het kalf al verdronken is. Misschien wordt het dan ook eens tijd dat de burger die zijn welzijn aan de boer te danken heeft, de boer in bescherming neemt tegen de voortdurende stigmatisering waaronder hij en zijn gezin gebukt gaan.

 

Boerenbedrog: Randstad versus de rest van Nederland

De Randstad verkeert in een groeiende roes waarin het denkbeeld verankerd ligt dat de rest van Nederland eeuwig horig zal zijn aan morele betutteling en dwang. De Randstad, zeer begaafd in het ventileren van veel woorden om de zinnen van de rest van Nederland te begoochelen, lijkt daarmee zichzelf in de voet geschoten te hebben. Immers Hoogmoed komt voor de val zegt een oud spreekwoord, want sedert Dokkum zie je dat de Randstedelijke arrogantie niet langer als een automatische reflex door de rest van Nederland geslikt wordt.

De Randstad  zonk in die roes weg aan het delirium van een zelfbedacht deugen, maar blijkt zelf niet in staat te deugen of zelfs maar iets deugdzaams te produceren, zoals bijvoorbeeld het broodnodige voedsel.

Of de Randstad zelf nu wel zo deugt is dus nog maar de vraag. Het epicentrum van de criminaliteit bevindt zich nog steeds in de Randstad. Voor vereenzaming, zelfverrijking, torenhoge luxeverering en milieuverslindende reisdrift, ben je toch echt in de Randstad het beste uit.

De vermaledijde koolstofdixiode (CO2) uitstoot waar heel Nederland schuldig aan verklaard wordt en waarvoor om vermindering te bevorderen onacceptabel grote financiele offers geëist worden, wordt vooral in de Randstad de lucht in geblazen. Opvallend genoeg heeft stikstofdioxide (NO2), in dezelfde regio de hoogste emissie. Wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog, lijkt hier van toepassing als je het Randstedelijke geklaag over de Paasvuren moet aanhoren.

Het gewasbeschermingsmiddel neonicotinoïde zoals Imidacloprid, door het Randstedelijke groene gilde steevast bijengif genoemd, kent in het oppervlaktewater van de Randstad de hoogste metingen.

Recent werd de boer in verband gebracht met toenemende bodemdaling. Opvallend genoeg daalt de bodem vooral in de met steeds meer betonnen hoogbouw bezaaide Randstad waar bijna niets meer onverhard is en het dichte wegennet overvol is.

De natuurliefde die de Randstad deed smelten voor de Nieuwe Wildernis van de Oostvaardersplassen maar uitgroeide tot een groot dierlijk drama, blijkt nu o ironie, smakelijk wildbraad op te leveren. Niet voor de rest van Nederland maar voor de Amsterdamse grachtengordel, want natuur vanuit de luie stoel moet wel smaken.

Het mooie praten in de Randstad wordt dus niet met daden maar alleen met de mond bedreven en door de rest van Nederland als gebakken lucht opgesnoven. Je zou het een soort luchtvervuiling kunnen noemen waarop een roetfilter geen overbodige luxe zou zijn. Hebben ze in de Randstad last van de plattelandse Paasvuren, de rest van Nederland raakt oververmoeid van de dwingende aanbevelingen die met veel quasi intellectuele bombarie via dagbladen, omroepen en zelfbenoemde opiniemakers het land in geslingerd worden. Het Nederland dat vanuit de ivoren toren Randstad geregeerd wordt heeft een overschot aan nutteloze doctorandussen en een schrikbarende schaarste aan technisch personeel te verduren. De ivoren toren is inmiddels verworden tot de Toren van Babel die tot een Babylonische spraakverwarring leidde. De Randstad verstaat en begrijpt de rest van Nederland niet langer en reutelt maar door met mooie woorden.

De rest van Nederland wordt voortdurend zoals in de oude tijden van de donderpredikant die vanaf de kansel zijn bange toehoorders voor de duivel waarschuwde, opgezadeld met schuldgevoelens over de duistere tijden van de vaderlandse geschiedenis. Zo worden de slavernij en het kolonialisme de rest van Nederland verweten om die in schuldgevoel te dompelen. Schuldgevoel maakt immers horig en slaafs.

Het sinterklaasfeest moet zich onder de doem van deze boetedoening aanpassen omdat het racistisch zou zijn en aan het slavernijverleden herinnert. Maar laten we het een opzettelijke Freudiaanse verspreking van de Randstad noemen, want was het niet de Randstad zelf die de onderwerping en uitbuiting van vreemde volken en de aanschaf van slaven verordonneerde? Was het niet de Randstad zelf die aan het lot van de gekoloniseerde volken en slaven rijkelijk verdiende? De rest van Nederland was overwegend zelf tot slavernij gedoemd of deed brave handel via en met de Hanzesteden met producten die door de rest van Nederland gewonnen of vervaardigd waren. Vergeleken met de Atlantische slavernij en het kolonialisme door onder meer de VOC, was de Hanze handel vreedzaam, tot de Randstedelijke hebzucht het Hanze project wegconcurreerde, want vreemde volken slavenarbeid voor je laten doen was lucratiever dan zelf de handen uit de mouwen steken.

Net zoals nu kon men in die duistere tijden in de Randstad fantastisch goed praten, maar met de handen werken werd aan de lagere stand en de rest van Nederland overgelaten. Het waren tijden van grote armoede en soms zelfs hongerepidemieën. Terwijl in de regenten- en patriciërshuizen in de Randstad fonkelende feesten gehouden werden en men zich volvrat met wat de rest van Nederland oogstte of met gevaar voor eigen leven uit de rivieren en zeeën viste, had de rest van Nederland nauwelijks iets te verhapstukken.

De rest van Nederland bedwong het wassende water van de rivieren en de ziedende zee. Legde het land droog zodat het volk niet verdronk. Bouwde de huizen die nu beschermd monument zijn. Organiserende het landschap zodat het voldoende voedsel aan de gehele mensheid van Nederland bood. Waagde het eigen leven door diep in de Limburgse gronden kolen te delven zodat de Randstad niet bevroor. Moest het vuile werk opknappen in de koloniën of anders verhongeren. Was gedwongen het aardgas onder de huizen te laten wegpompen zodat er nog slechts ruines overbleven.

Zouden we het Randstedelijke moralisme waarmee de rest van Nederland vaak op een zijspoor gezet wordt aan werkelijkheidsgehalte toetsen, dan blijken de hoogopgeleiden, die vooral in de Randstad clusteren, zich aanzienlijk minder in te zetten voor hun medemens. Was het al een bekend fenomeen dat het plattelandsleven rijk is aan vrijwilligers, de Randstedelijke mooipraters blijken heel wat minder te voldoen aan de menselijke maat. Het verbeter de wereld, en begin bij jezelf is er niet het heilige credo.

Maar zoals aan het Romeinse imperium ooit een eind kwam zal ook de Randstedelijke hegemonie het moeten aflegen tegen de rest van Nederland. De kloof tussen mooi praten en hard werken zal de Randstad opbreken. Het nijpend tekort aan technici laat al een herwaardering zien van degenen die intelligenter met de handen dan met hoofd zijn. Hier wreekt zich het stigmatiserende onderscheid tussen hoog- en laagopgeleid, met de laag opgeleiden als slachtoffer van oneerlijke beloning en een ten onrechte geringer maatschappelijk aanzien.

Het is nog nooit iemand gelukt honger met woorden te stillen, dus het beroep van boer zal ooit uitgeroepen worden tot ’s lands kostbaarste bezit dat je beter in de watten kunt leggen dan te stigmatiseren. Het levensmonopolie ligt bij de rest van Nederland die geen meel in de mond nodig heeft met grote woorden, maar het meel liever in het brood doet.

De rest van Nederland laat zich geen schuldgevoel meer aanpraten over misdaden die de Randstad zelf in haar historie gegrift heeft staan. Ergens op een weg nabij Dokkum besloot een afvaardiging van de rest van Nederland de beschuldigende vinger van de Randstad het zwijgen op te leggen. Het zou verstandig zijn als de Randstad zelf tot het inzicht kwam dat de rest van Nederland zich niet langer laat vermurwen door een veelheid aan woorden en leegheid aan maatschappelijk nut. Dankzij de Randstedelijke deugbrigade is de beroepsgroep die voorziet in de meest primaire levensbehoefte van de mens tot paria verklaard en werd een onschuldig kinderfeestje tot slavernij en racisme gedeformeerd. Het wordt tijd de Randstad maar eens een spiegel voor te houden want na eeuwen van veelvraat hebben de deugers daar een grote schuld aan de rest van Nederland opgebouwd.

Nou, bij deze dan.

Boerenbedrog: het is steeds weer de schuld van de boer

Uit recente gebeurtenissen blijkt dat boeren steeds vaker ten onrechte in het verdachtenbankje worden gezet. Het middel eerst beschuldigen en dan pas bewijzen, blijkt nu ook door Vadertje Staat toegepast te worden. Je mag je afvagen of de rechtsstaat waar Nederland zo prat op gaat, daarmee gediend is. Moet Zwarte Piet steeds witter, de boer wordt steeds zwarter afgeschilderd. Niet langer alleen door dogmatische groepen zoals bepaalde politieke stromingen en natuurorganisaties, maar de laatste jaren ook door de verantwoordelijke staatssecretarissen en de huidige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten. Het is een beproefd middel: eerst een stemming creëren en dan maar zien hoe het uitpakt. Politici willen graag moreel scoren en huppelen aan de leiband van de natuurorganisaties, die baat hebben bij het angst aanpraten bij de bevolking: namelijk meer invloed, meer leden en meer subsidie. Wie hier aan meedoet, krijgt een wit voetje bij deze organisaties.

Het is een toenemende strategie waar lokale politici ook aan gesnuffeld hebben en hun morele revenuen uit denken te putten. Zie het College van B&W van Bronckhorst, dat geheel in strijd met de normen van de evenredige vertegenwoordiging, een GroenLinkser door de strot geduwd kreeg. Er weerklonk dan ook meteen het credo dat Bronckhorst uit louter zombiegrond zou bestaan, en dat natuurlijk door totaal verkeerd handelende boeren. Met zombiegrond wordt niets anders bedoeld dan grond die morsdood is. Niet dat de heren van het college van B&W daar onderzoek naar gedaan hebben. De terminologie is dan ook afkomstig van de activistische hoogleraar van de Radboud Universiteit Henk Siepel, van wiens hand niet geheel toevallig ook het omstreden Duitse insectenonderzoek is waaruit zou blijken dat 75 procent van de insecten verdwenen is en waar Natuurmomenten maar meteen misbruik van maakte door het op de Nederlandse situatie te projecteren. Niet dat er in Nederland ooit een integraal insectenonderzoek verricht is waaruit dat blijkt. Dat deze universiteit een meer dan unfaire afkeer van onze landbouwsector koestert zagen we al eerder met een andere hoogleraar van deze universiteit. Daarmee aantonend dat wetenschap zich steeds meer op het glibberige terrein van het activisme toont en beschuldigen ventileert nog voor ze bewezen zijn.

Boeren worden met suggestieve beschuldigen omsingeld zodat de bevolking voor de natuurorganisaties en tegen de boer kiest. De waarheidsvinding krijgt hierbij slechts een secundaire rol toegemeten, zoals ook weer uit de vooringenomenheid van minister Carola Schouten inzake de pluimveesector blijkt. Of ze wederom de arrogantie van de macht zal tonen, zal nog moeten blijken. Maar in een eerder situatie bleef haar mea culpa uit. Die zou waarschijnlijk bij natuurorganisaties in een verkeerd keelgat geschoten zijn. Hoe zwarter je de boer afschildert hoe witter je voetje bij deze organisaties.

Recent kwam naar boven dat onder boeren een verhoogd percentage suïcidale geneigdheid voorkomt. Betreffende de Franse, Duitse en Belgische boeren zijn daar statistieken over en die tonen een onrustbarend beeld. In een der allerbelangrijkste agrarische  landen van de wereld, dat ons land toch is,  heeft men verzuimd daar onderzoek naar te doen. Het inhakken op boeren staat nog steeds als de meest favoriete actie te boek, maar in het welzijn van boeren wordt geen enkele interesse getoond.

Ruim een jaar geleden schreef de Trouw columnist Sylvain Ephimenco een kille waarschuwing over dit probleem, maar in een land waar men de boer liever ziet gaan dan hem voor zijn voedsel te bedanken, is er in dat jaar helemaal niets gebeurd en doet mevrouw de minister hoogverbaasd over de hoge suïcidegraad onder boeren. Als het kalf verdronken is dempt men de put, lijkt het algemene beeld hierover. De tijd lijkt rijp voor een rehabilitatie van de Nederlandse boer, want hoe je het ook wendt of keert, uit de handen van zijn criticasters zal nimmer het boordnodige voedsel komen.

Fiets de boer op vanuit Hengelse dreven

Onder het gulden motto Fiets de boer op  verscheen deze ochtend een grote groep gegadigden die bereid was de hitte en droogte van het Hengelse landschap te weerstaan om een gezellig bezoek aan de boer te brengen. Gezien de zware last die de boer in deze tijden van droogte moet dragen, maar ook de vaak onvriendelijke bejegening door tal van milieu- en natuurorganisaties, mag dit bezoek als een welkome verademing gezien worden. Er is geen ander volk dan het boerenvolk dat in onze meest primaire levensbehoefte voorziet. Een geïnteresseerd bezoek aan de boer is als moreel klopje op de schouders van het boerengezin, dan ook geen overbodige luxe. Maar er zijn veel meer redenen om aan een Fiets de boer op deel te nemen. Het fraaie coulisselandschap, dat het directe gevolg is van eeuwenlang nuttig gebruik van het landschap door boeren, is zeker een zeer belangrijke reden de ogen de kost te geven. Men bedenke hierbij dat als de boeren er niet meer zouden zijn, het landschapsbeheer niet gratis door hen maar door overheden en natuurverenigingen gedaan moet worden. Maar die kunnen dat niet bekostigen en willen daarom veel meer belasting of donaties en subsidies.

Geen getouwtrek, Peter Berenpas gaat de boer op.

Het Nederlandse landschap kent een internationale faam. Mede door de lage horizonten, die door onze grote schilders van de Gouden Eeuw van epische luchtpartijen voorzien werden, de rivierdelta die in de Lage Landen richting zee ontlast wordt, en de noeste werkers van de ontwatering van zee, meren, plassen en moerassen, is ons nationale landschap een museum geworden. Een Fiets de boer op is daarom niet alleen gezellig, een moreel steuntje in de rug van de boer, maar ook zeer leerzaam. Voor niets gaat de zon op, maar het voedsel valt ons niet als heilig manna ten deel. Daar hebben we de boer voor.

Een deel van het College van b&w fietst ook mee.

En voor een versnapering alvorens aan Fiets de boer op deel te nemen, hebben we in het hart van Hengel de firma Langeler die in de behoeften voorziet. Daar zagen we José en haar zwager Karel al flink in de weer het iedereen naar de zin te maken. Waarmee ook gezegd moet worden, dat naar goed Achterhoeks gebruik ook hier het nuttige met het aangename verenigd werden. Daarom ook dat goede vriend Freek Eggink ergens op de route de deelnemers opwacht met pannenkoeken. En bakken kan die Freek, kunnen we u verzekeren.

Zalige start bij Langeler.

Boerenbedrog: Voedselproducenten failliet laten gaan is voedselverspilling

Melkveehouders wanhopig!

U kijkt wellicht ook naar het programma van Yvon Jaspers ‘Onze boerderij’. Daarmee maakt u kennis met de andere kant van boer zijn, mooie beelden maar ook tragiek.

Met deze brief vragen wij uw aandacht voor de nood in de melkveehouderij, de zgn. knelgevallen. Dit zijn 800 gezinsbedrijven, die door het beleid van de overheid geen kant meer uit kunnen en eind 2018 dreigen failliet te gaan.Wat hebben deze 800 boeren dan fout gedaan vraagt u zich af? Het antwoord is eenvoudig: niets. Het zijn stuk voor stuk gezinnen die door keihard werken en sparen afgelopen jaren een moderne stal hebben gebouwd voor hun koeien. Ze willen ook in de toekomst uw melk, yoghurt of kaas blijven produceren. In veel gevallen staat een jonge boer als volgende generatie klaar en daarom hebben ze geïnvesteerd in duurzaamheid en diervriendelijkheid. Ze hebben een stal gerealiseerd met volop koecomfort zoals heerlijke zachte ligbedden, koeborstels, ruime loopgangen, ammoniak-arme vloeren en vaak zonne-energie op het dak. De overheid heeft de vergunningen voor de stallen afgegeven en de bouw gestimuleerd o.a. met fiscale faciliteiten. De investeringen van vaak meer dan 1 miljoen euro per bedrijf werden ook door de minister gezien als maatschappelijk verantwoord. De bedrijven voldoen allen aan de wet grondgebonden melkveehouderij. Diezelfde overheid zegt plotsklaps op 2 juli 2015 : STOP, u mag de stal maar half benutten. Voor de vergelijking, u heeft een huis gebouwd en er komt iemand aan de voordeur met een brief dat u de helft van het huis leeg moet laten staan. De ramp is voor deze gezinsbedrijven niet te overzien. Ze kunnen de kosten met een half lege stal niet meer terugverdienen, lijden elke dag verlies en zijn compleet ontredderd en vertwijfeld. Een bankroet is wat in veel gevallen resteert. Hun levenswerk gaat in rook op. Generaties gefokte gezonde koeien moeten naar het slachthuis. Dit leidt ook op het persoonlijke vlak tot risicovolle situaties. Dat terwijl ze het landschap prachtig aankleden met hun weidende koeien. Ook extra taken zoals zorg, kinderopvang, educatie, verkoop van boerderijproducten en natuuronderhoud nemen ze vaak op zich. Ze vormen een belangrijke factor voor de leefbaarheid en de economie van het platteland en zijn het hart van een innovatieve wereldwijd geprezen melkveehouderij. Waarom heeft minister Carola Schouten dan zo hard ingegrepen? Als reden wordt het behoud van het Nederlandse milieu aangevoerd. Er zijn teveel koeien zegt de overheid. Sinds 1983 is het aantal koeien gekrompen van 2,3 miljoen naar 1,7 miljoen in 2018. Echter in de ogen van de overheid nog steeds te veel. De fosfaten in de mest van deze koeien komen door de zeer strenge mestnormen nog maar mondjesmaat op het land. Zelfs minder fosfaat dan het gewas jaarlijks uit de grond onttrekt. Het teveel aan mest gaat naar akkerbouwgebieden, o.a. Noord-Frankrijk waar de grond zo verschraald is dat deze schreeuwt om mest. Een deel van de mest wordt gebruikt voor het produceren van groene stroom. De vergunde stallen logischerwijs volledig gebruiken heeft dan ook geen impact op het milieu. Nederland produceert inmiddels 6 miljoen kg fosfaat minder dan het zgn. fosfaatplafond ingesteld door de EU in 2002!! Door verduurzaming en innovatie is de uitstoot van broeikasgassen met bijna 50% verminderd. Feiten en resultaten die hun weerga niet kennen bij andere sectoren in Nederland. Toch blijven de boeren de kop van jut, ook de jonge boeren en de biologische boeren moeten eraan geloven. En dat terwijl de minister voldoende beleidsruimte heeft om knelgevallen te helpen. Een voorbeeld is het maken van afspraken met de veevoederindustrie over een laag fosfaatgehalte in het voer. Daardoor komt er minder fosfaat in de mest. Een andere oplossingen is een warme sanering van varkensboeren die willen stoppen. Met deze ‘ruimte‘ kunnen alle knelgevallen worden geholpen. Collega melkveehouders hoeven niet extra in te leveren en het is maatschappelijk verantwoord. Vindt u bovenstaande behandeling van boeren en hun gezinnen onrechtvaardig en oneerlijk?

Doe er iets aan. Reageer massaal, bijvoorbeeld via sociale media zoals ons eigen facebookpagina @Innovatiefuitdeknel of het andere geluid van @Liefdevoordeboer.

Wij roepen minister Schouten op om op korte termijn met betrokkenen in gesprek te gaan. Houd jonge boeren overeind en werk aan een goed transitiemodel. Als gezinsbedrijven moeten stoppen werkt dit schaalvergroting en de komst van megastallen in de hand.

Prof. mr. Willem Bruil, bijzonder hoogleraar agrarisch recht

Bennie Jolink, frontzanger Normaal

Annie Schreijer-Pierik, EU-parlementariër o.a. voor milieubeheer

Geesje Rotgers, onderzoeksjournalist van het jaar in 2014

Sieta van Keimpema, voorzitter Dutch Dairymen Board (DDB)

Hennie Verhoeven, drs. beleidsgerichte milieukunde

Jan Cees Vogelaar, voorzitter Mesdag-fonds

Fons Braks, ondernemer en broer wijlen minister Gerrit Braks

Harmen Endendijk, melkveehouder en columnist

Sjaak Sprangers, voorzitter Stichting Duinboeren 

Innovatief uit de Knel