Bronst in Bekveld

Wij, of liever zij, zitten middenin de bronsttijd. Wat gewoon wil zeggen dat juffrouw ree eraan denkt iets aan de voortplanting te doen en een jongeman voor de technische kant van dit verlangen verlokt door hem haar achterwerk te laten zien onder het motto zie toch hoe mooi ik ben.

De jongeman, een echte macho die de nobele taak opgelegd kreeg de jongedame op haar wenken te bedienen, was zichtbaar getroffen in zijn trots en huppelde (wat in reekundige termen drijven genoemd wordt)  wellustig achter de jongedame aan. En met recht, want enkele weken geleden had hij nog fier een concurrent met bedreigende lichaamstaal uit zijn territorium verwijderd.

Aan de bosrand ontspon zich een ritueel van verleiden en behagen dat hoogstwaarschijnlijk in een Midsummer Night’s Dream eindigde. Dat laatste werd echter aan mijn waarneming onttrokken. Maar goed ook, want het Koningswegmagazine kan zich geen uitingen van onzedelijkheid permitteren.

De uitkomst van dit romantische tafereel valt ergens in mei of juni te verwachten. Wij kijken er reikhalzend naar uit.

 

 

 

 

Advertenties

Trouw als een hond maar toch een gekraagde roodstaart

Trouwhartig keren ze er ieder jaar weer terug. En dat is niet helemaal toevallig want na een periode van neergang ondergaat de soort nu een tumultueuze toename. Waarmee ook weer gezegd kan worden dat de afname van een soort vrijwel altijd door de pers en natuurorganisaties moreel op de spits gedreven wordt, maar neemt een soort in aantal toe, dan heerst er grote zwijgzaamheid. Voor degenen die beweren dat Nederland zowat insectloos is, de gekraagde roodstaart leeft niet van taartjes en bonbons maar van insecten.

Terug uit de warmste streken van Afrika hebben we minstens een paartje op ons erf dat aan aantalvermeerdering van de soort gaat doen en de overlast van insecten beheersbaar zal maken.

Het mannetje op de foto vond het blijkbaar van symbolische betekenis zich naast de windwijzer op te stellen, maar het kan ook zo zijn dat hij vandaag de macho uithing en het daarvoor een uitgelezen plek vond. Met zijn chique uitmonstering vinden we hem eerder een dandy dan een vogeltje. Maar we denken dat het wijfje daar geen moeite mee heeft. Van de wijfjes van zangvogels is bekend dat die graag een mooie vent aan de haak slaan. Dit exemplaar viel dan ook in de smaak bij zijn wijfje.

We wensen het echtpaar veel broedsucces toe.

 

Boerenbedrog: het is steeds weer de schuld van de boer

Uit recente gebeurtenissen blijkt dat boeren steeds vaker ten onrechte in het verdachtenbankje worden gezet. Het middel eerst beschuldigen en dan pas bewijzen, blijkt nu ook door Vadertje Staat toegepast te worden. Je mag je afvagen of de rechtsstaat waar Nederland zo prat op gaat, daarmee gediend is. Moet Zwarte Piet steeds witter, de boer wordt steeds zwarter afgeschilderd. Niet langer alleen door dogmatische groepen zoals bepaalde politieke stromingen en natuurorganisaties, maar de laatste jaren ook door de verantwoordelijke staatssecretarissen en de huidige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten. Het is een beproefd middel: eerst een stemming creëren en dan maar zien hoe het uitpakt. Politici willen graag moreel scoren en huppelen aan de leiband van de natuurorganisaties, die baat hebben bij het angst aanpraten bij de bevolking: namelijk meer invloed, meer leden en meer subsidie. Wie hier aan meedoet, krijgt een wit voetje bij deze organisaties.

Het is een toenemende strategie waar lokale politici ook aan gesnuffeld hebben en hun morele revenuen uit denken te putten. Zie het College van B&W van Bronckhorst, dat geheel in strijd met de normen van de evenredige vertegenwoordiging, een GroenLinkser door de strot geduwd kreeg. Er weerklonk dan ook meteen het credo dat Bronckhorst uit louter zombiegrond zou bestaan, en dat natuurlijk door totaal verkeerd handelende boeren. Met zombiegrond wordt niets anders bedoeld dan grond die morsdood is. Niet dat de heren van het college van B&W daar onderzoek naar gedaan hebben. De terminologie is dan ook afkomstig van de activistische hoogleraar van de Radboud Universiteit Henk Siepel, van wiens hand niet geheel toevallig ook het omstreden Duitse insectenonderzoek is waaruit zou blijken dat 75 procent van de insecten verdwenen is en waar Natuurmomenten maar meteen misbruik van maakte door het op de Nederlandse situatie te projecteren. Niet dat er in Nederland ooit een integraal insectenonderzoek verricht is waaruit dat blijkt. Dat deze universiteit een meer dan unfaire afkeer van onze landbouwsector koestert zagen we al eerder met een andere hoogleraar van deze universiteit. Daarmee aantonend dat wetenschap zich steeds meer op het glibberige terrein van het activisme toont en beschuldigen ventileert nog voor ze bewezen zijn.

Boeren worden met suggestieve beschuldigen omsingeld zodat de bevolking voor de natuurorganisaties en tegen de boer kiest. De waarheidsvinding krijgt hierbij slechts een secundaire rol toegemeten, zoals ook weer uit de vooringenomenheid van minister Carola Schouten inzake de pluimveesector blijkt. Of ze wederom de arrogantie van de macht zal tonen, zal nog moeten blijken. Maar in een eerder situatie bleef haar mea culpa uit. Die zou waarschijnlijk bij natuurorganisaties in een verkeerd keelgat geschoten zijn. Hoe zwarter je de boer afschildert hoe witter je voetje bij deze organisaties.

Recent kwam naar boven dat onder boeren een verhoogd percentage suïcidale geneigdheid voorkomt. Betreffende de Franse, Duitse en Belgische boeren zijn daar statistieken over en die tonen een onrustbarend beeld. In een der allerbelangrijkste agrarische  landen van de wereld, dat ons land toch is,  heeft men verzuimd daar onderzoek naar te doen. Het inhakken op boeren staat nog steeds als de meest favoriete actie te boek, maar in het welzijn van boeren wordt geen enkele interesse getoond.

Ruim een jaar geleden schreef de Trouw columnist Sylvain Ephimenco een kille waarschuwing over dit probleem, maar in een land waar men de boer liever ziet gaan dan hem voor zijn voedsel te bedanken, is er in dat jaar helemaal niets gebeurd en doet mevrouw de minister hoogverbaasd over de hoge suïcidegraad onder boeren. Als het kalf verdronken is dempt men de put, lijkt het algemene beeld hierover. De tijd lijkt rijp voor een rehabilitatie van de Nederlandse boer, want hoe je het ook wendt of keert, uit de handen van zijn criticasters zal nimmer het boordnodige voedsel komen.

Inbraakalarm

Er zijn van die weinig verheffende momenten dat je als inbreker in je eigen huis aangemerkt wordt. Zwaar gestigmatiseerd ga je vervolgens gebukt door het leven.

Recent besloot een paartje spreeuw ons huis te kraken. Vanaf dat moment heeft het mannetje van het amoureuze stel besloten hun gerieflijke onderkomen met alle hen ten dienste staande middelen te beschermen tegen indringers. Hoewel wij met een notariële akte kunnen bewijzen dat het huis toch echt van ons is en zij slechts tot het krakersgilde gerekend moeten worden, slaat het mannetje zodra we ons op het terras begeven alarm. Nu heb je alarm en alarm, maar deze spreeuw slaat alle superlatieven als het om zijn goedgebektheid gaat.

Van spreeuwenmannetjes is bekend dat die alles en nog wat weten te imiteren. Er blijkt zelfs een onverlaat van een spreeuw geweest te zijn die een voetbalwedstrijd tot chaos wist om te toveren door een scheidsrechtersfluitje na te doen.

Het exemplaar dat ons huis zonder dwangbevel des Konings tot het zijne verklaarde, grossiert in verschillende vogelsoorten en een rijk gamma aan technische klanken. We hopen echter dat de vogel bij het afgeven van een inbraakalarm niet de gehele woonomgeving en de hermandad op het verkeerde been zet. Zo’n toeloop geeft maar te denken in de buurt.

Boerenbedrog: Dromers en wolven

Er zijn meer dan duidelijke aanwijzingen dat de wolf verwoede pogingen doet terug te keren in het Nederlandse landschap. Pionierende exemplaren lijken voortekenen te zijn van de hervestiging van deze predator. Over de komst van de wolf laait ondertussen een discussie op tussen de voorstanders, de sceptici en de tegenstanders.

De liefhebbers van de terugkeer van de wolf zijn dromers die het Nederland van 1900 in hun perceptie hebben. Het Nederland van 17 miljoen inwoners, met een enorme verstedelijking en een dicht wegennet met daar tussenin hier en daar wat aangelegd landschap dat door sommigen als natuur aangezien wordt, zal weinig plezier beleven aan de terugkeer van de wolf. Neem daarbij de massale recreatie die de stad ontvlucht om rust te zoeken op het platteland, en je weet dat de hervestiging van de wolf op gespannen voet staat met het Nederland anno 2018.

Helaas voor de dromers die dit Nederland rijp achten voor de wolf, zijn er statistieken en bewijzen voorhanden die aantonen dat de risico’s die de wolf opleveren niet alleen uit de ganzenveders van de gebroeders Grimm afkomstig zijn.

Het mooi voorspiegelen van een toekomst van een Nieuwe Wildernis, is echter voorbehouden aan een gemanipuleerde natuurfilm en heel veel wishfull thinking. De voorspellers die in hun glazen bol risicoloos een aantal roedels wolven door Nederland zien tippelen, behoren niet geheel toevallig vaak ook tot degenen die in de Oostvaardersplassen een natuurparadijs zien, waarin sceptici slechts een desolaat landschap met kadavers herkennen. Desondanks is de wolf het nieuwe moraalspeeltje van het type natuurbeschermer dat het altijd beter weet, maar te opvallend vaak ongelijk krijgt als de realiteit de hoog gespannen verwachtingen achterhaalt.

Zelf herinner ik me in de vroege zeventiger jaren de terugkeer van de vos in de duinen. Zijn komst werd bejubeld, tot de grondbroeders en kolonievogels er het door haasje werden. Uiteindelijk bleek de vos zelfs tot diep in de stad door te dringen. Maar met de wolf hebben we een predator van een zwaarder kaliber en een aanzienlijker impact in het vizier.

Degenen die de risico’s van de wolf reduceren tot een sprookje van de gebroeders Grimm, zijn zelf degenen die in sprookjes geloven. Het Nederlandse verkeer laat jaarlijks een massa doodgereden wilde zoogdieren zien. En dat zijn zeker geen sprookjes. Ook wolven behoren tot de regelmatige verkeersslachtoffers. Alleen al in Duitsland werden in de jaren van deze jonge eeuw 140 wolven doodgereden.

Ondertussen stapelen de aanwijzingen dat schapen aangevallen en doodgebeten zijn zich op. En dat slechts met enkele pionierende wolven in ons land. Hoe de situatie met enkele of nog meer roedels zal zijn valt niet te voorspellen, want de bevolkingsdichtheid van Nederland valt met geen ander Europees land te vergelijken. De zelfbenoemde deskundigen blijven hier dus wegens het ontberen van empirisch bewijs met loze beloften en mooipraterij zitten. Het werkelijke effect van een aantal wolvenroedels in het dichtstbevolkte land van Europa is dus gedoemd tot koffiedik kijken en hopen op de goede afloop.

De historische kennis over de aanwezigheid van wolven in een aanzienlijk minder dichtbevolkt Europa toont echter een weinig optimistisch stemmend beeld. De bezorgdheid over de terugkeer van de wolf berust dan ook meer op gezond verstand dan op bibberen bij ‘Roodkapje en de wolf’.

Hoe hard de voorstanders van de terugkeer van de wolf ook beweren dat de wolf voor de mens volkomen risicoloos is, in een Europa met aanzienlijk minder wolven dan nu het geval is, werden in iets meer dan een halve eeuw (1950-2002) en met een aanzienlijk geringere wolvenpopulatie 59 aanvallen op mensen gemeld waarbij 8 dodelijke slachtoffers vielen. Men dient hierbij wel in aanmerking te nemen dat in die periode in verscheidene Europese landen de wolf niet eens voorkwam. Meer wolven, in meer landen en met een toenemende menselijke bevolkingsdichtheid zouden dan niet meer risico’s voor de mens en diens have opleveren? Hoop doet leven, bij de wolvenminnaars. Maar de sceptici wrijven niet in hun handen van plezier bij de gedachte dat de explosieve toename van de wolf in Duitsland richting Nederland migreert.

De Zoogdiervereniging beweerde in 2012 dat ze een onderzoek verricht hadden waaruit zou blijken dat Nederland geschikt is voor 20-40 wolvenroedels. Nu weten we dat de term “onderzoek” inmiddels ongeveer het meest misbruikte woord is. Te meer daar het onweerlegbare wetenschappelijke bewijs er vaak aan ontbreekt. Zoals je nooit kunt bewijzen dat een dergelijk aantal wolvenroedels probleemloos het Nederlandse landschap zou kunnen vullen als de praktijkervaring eraan ontbreekt om dat te bewijzen.

Zoals de beloofde Nieuwe Wildernis tot een mislukt experiment verworden is, moeten we ook maar niet in de sprookjes van de wolvenminnaars geloven. De recente realiteit is dat wolvenaanvallen zich niet alleen beperken tot schapen. Alles en iedereen met vlees aan de botten kan bij een flink toegenomen wolvenpopulatie risico lopen. Alleen niet de wolvenminnaars. Die zitten hoog en droog in hun ivoren toren hun medemens een loer te draaien met mooie sprookjes over de natuur van weleer. Hier is gezonde sceptisch geboden, want naar Duitsland kijkend, zie je de wolvenpopulatie explosief toenemen met vooral voor het Nederlandse platteland niet te voorspellen effecten.

 

Boerenbedrog: Met de Oostvaardersplassen zijn de bedriegers nu zelf bedrogen

Met tegenzin heeft dan eindelijk Staatsbosbeheer besloten het graasvee van de Oostvaardersplassen toch wel bij te voeren. Dit volgens eigen zeggen, onder druk van de publieke opinie en bedreigingen tegen boswachters. Wat eerst volgens de groene predikanten van het genre Marianne Thieme en Jesse Klaver, die het onzalige experiment van de Oostvaarderplassen toch toejuichen, vreselijk verkeerd gevonden werd, wordt nu wel gedaan.

Het idiote idee dat je wat dierwelzijn betreft met twee morele maten kunt meten, heeft maatschappelijk geen draagkracht. Het scheppen van “natuur” over de ruggen van geïmporteerd en in gevangenschap gehouden graasvee valt ethisch ook niet langer te verdedigen. Zelfs niet met een propagandafilm als De nieuwe wildernis die de mooie plaatjes er selectief uitpikt, maar de drama’s opzettelijk buiten beeld laat. En al mag een mevrouw van de Partij voor de Dieren, met een schijnoplossing die nog meer pseudonatuur eist, haar mening nog even in de krant ventileren, het opzettelijk laten creperen van graasvee heeft helemaal niets met natuur te maken.

In de echte natuur worden dieren niet als dwangarbeiders ingezet met de hongerdood als epiloog. Echte natuur trekt zelf dieren aan. Hebben die er geen zin in dan komen die niet. De groene predikanten hebben daar echter geen boodschap aan en neigen er steeds vaker naar voor de schepper zelve te spelen en de dieren dan maar onder dwang uit te zetten. In ons dichtgeslibde wegennet leidt dat tot steeds meer aanrijdingen van uitgezette dieren die niet uit zichzelf gekomen zijn. Of, zoals in de Oostvaardersplassen, tot situaties waar ieder fatsoenlijk land zich voor te schamen heeft.

Misschien veel belangrijker is de vraag, of Staatbosbeheer en de groene predikanten die zo graag met de term “natuur” koketteren, eigenlijk wel weten wat natuur werkelijk is. Wordt er het etiket ‘natuur’ opgeplakt dan moet het met alle egards bejegend worden en treden Staatsbosbeheer en de groene predikanten als natuurkenners op. Het is uitgegroeid tot een nieuwe religie, die de mens in twee kampen verdeelt en nogal eens tot uitingen van haat zaaien verlokt. Vaak is de boer daarvan het eerste slachtoffer, want die is volgens de groene predikanten de grote boosdoener. De natuur is immers heilig verklaard en de groene predikanten slaan graag toe om hun heiligdom te beschermen. In deze groene kerk zijn de boeren de ketters en verdienen die het zwaar verguisd te worden.

Maar over wat natuur werkelijk is bestaat nauwelijks wetenschappelijke consensus. De oorspronkelijke Nederlandse natuur bestaat al lang niet meer. Te veel mensen met uiteenlopende belangen en behoeften hebben er eeuwenlang een claim op gelegd, want het uitdijend Nederlandse volk moest zich in leven houden. Ons land bestaat uit cultuurlandschap waar zo nu en dan de spade in gaat om een landschap te veroorzaken dat door de groene predikanten natuur genoemd wordt. Zodra ze die grond veroverd, gezalfd en gezegend hebben, is het tot heiligdom verklaard. Maar in werkelijkheid is het tuinieren, maar dan anders. Enige overeenkomst met het oerlandschap van voor de mensheid, dat zichzelf gevormd heeft, is volledig afwezig. Met nauwelijks ter zake kundige media als steun in de rug, weten de groene predikanten de publieke opinie naar hun hand te zetten. Tot het een keer goed mis gaat en er een enorme slachting onder dieren plaatsvindt. Maar zelfs dan nog volharden ze in hun gelijkhebberigheid. Landschapsbeheer biedt namelijk nooit zekerheid over de toekomst. Het is en blijft kijken in een glazen bol en maar zien waarin het uiteindelijk resulteert. Het is uitgegroeid tot goklust met de groene predikanten als gokverslaafde en het Nederlandse volk als trouwe belastingplichtige die dit machteloos moet accepteren. Zelfs de huisbioloog en bedenker van de Oostvaardersplassen, Frans Vera, moest erkennen dat hij de huidige situatie in de Oostvaardersplassen niet voorzien had.

In mijn persoonlijke ervaring met bedenkers van natuurbeheer, werd ik telkenmale geconfronteerd met ingrepen waarvan het uiteindelijke gevolg maar afgewacht moest worden en dan ook vaak anders uitpakte dan voorzien was. De groene predikant is namelijk geen god en zeker geen schepper, maar een doodgewone sterveling met een slecht ontwikkeld vermogen tot waarzeggerij.

Terug naar het onderwerp Oostvaardersplassen, wat ooit een klein vogelrijk experiment was waar ik zelf graag kwam, hebben groene predikanten de macht overgenomen en zwaaien daar meedogenloos de scepter over. Hun wijsheid bestaat vooral uit veel beloven en weinig geven, want dat doet immers gekken in vreugde leven. Ondertussen moeten grijparmen de karkassen van de kadavers weghalen en ogen de Oostvaardersplassen als een godvergeten oord in een uitgedroogd Afrika.

De enige echte oplossing is niet bijvoeren, maar het project mislukt verklaren en beëindigen. Wie moedig is neemt dat besluit en blijft niet geldverslindend doormodderen zoals de mevrouw van de Partij voor de Dieren wil, die er nog een paar experimentjes aan toe wil voegen om heel misschien in een verre toekomst haar gelijk te halen. Haar credo en dat van de andere groene predikanten is duidelijk een vorm van salamipolitiek. Eerst wordt een stuk grond opgeëist om er met natuur te experimenteren. Mislukt dat, dan worden nieuwe geldverslindende experimenten er overheen gestapeld. Blijkt dat ook zonder gewenst resultaat dan wordt er nog meer grond opgeëist voor nog meer experimenten. Zo duiken we een ongewisse toekomst binnen waar niemand van weet hoe die eruit ziet. Het wordt als wetenschap verkocht maar is een hazardspel met dierenlevens. Aan de wetenschap behoort het wetenschappelijke bewijs toe. Maar wetenschappers die op de bonnefooi hypothesen als wetenschap verkopen zijn gokkers met de waarheid.

Ook de fantasten die vinden dat je domweg wolven in de Oostvaardersplassen kunt loslaten, schijnen maar niet te begrijpen dat dit Nederland is. Ze koesteren fantasieën over een Yellowstone natuurpark (dat een oppervlakte heeft van 8983 km²) op Nederlandse bodem. Ter vergelijking, de provincie Gelderland kan daar anderhalve keer in.

Wolven zijn volkomen ongevaarlijk oreert deze groene predikant. Uit een uit 2002 daterend onderzoek blijkt dat in de daaraan voorafgaande 50 jaren in Europa 59 mensen door wolven aangevallen zijn, waarbij 5 mensen zijn omgekomen. En dat in een periode dat de wolf in Europa door jachtdruk slechts een marginale populatie vormde die inmiddels door beschermende maatregelen sterk aan het groeien is. Bovendien kwam de wolf in die periode vooral in de dunbevolkte gebieden van Europa voor. Zou er sprake zijn van een uitbraak van rabiës, dan valt er over veiligheid met wolven maar heel weinig met zekerheid te zeggen. Het prediken voor de herintroductie van wolven in onze “natuur” is dus omgeven door een positivisme dat ons in een roes moet brengen zodat we ons tot nog meer risicovolle experimenten laten verleiden.

Na decennia van dierenkwelling en het geleidelijk verdwijnen van de vegetatie en de avifauna van de Oostvaardersplassen is die zeepbel uiteengespat in het gezicht van de groene predikanten. Bij dit alles is het des te schrijnender dat een der volgers van het experiment Oostvaardersplassen, emeritus hoogleraar Natuurbeheer Frank Berendse, nu eindelijk ook tot het inzicht gekomen is dat het experiment mislukt is en slechts tot een desolaat landschap heeft geleid dat geen natuurwaarde genereert: Het is een droom die na dertig jaar niet is uitgekomen, en waarvan ieder jaar duidelijker wordt dat dat ook nooit zal gebeuren. Er is nu een desolate vlakte waar uitgemergelde dieren naar de laatste restjes voedsel zoeken, en waar alle bijzondere vogelsoorten inmiddels zijn verdwenen.

Het schandelijk van dit verlate oordeel is dat velen met dit inzicht hem jaren geleden al voor waren, maar de hele mikmak van politici van de linkerflank en de groene predikanten dat inzicht nog niet wilden delen. Je zou over tunnelvisie kunnen spreken, maar het ook over farizeeërs kunnen hebben die anderen voor ketters uitgemaakt hebben, maar het in werkelijkheid zelf waren. Het heeft jaren voor vermijdbaar dierenleed gezorgd, en dat valt ze zeer kwalijk te nemen. Wetenschappers hebben zich hier gedragen als waarzeggers, roedewichelaars, alchemisten en verkopers van wonderdrankjes op middeleeuwse jaarmarkten.

Misschien is in dit drama de meest belangrijke conclusie dat het leger van natuur- en milieupredikers die de mond altijd vol heeft over dierwelzijn en ecologische diversiteit, zichzelf ontmaskerd heeft. Graasvee dat doodgehongerd wordt in een desolate leegte om een ongrijpbaar ideaal te verwezenlijken, blijkt voor hen geen ethisch probleem te zijn. Goed dat we dat dan weten voor mochten ze weer eens hoog van de toren blazen over dierwelzijn en de vermeende teneergang van onze flora en fauna. Of nog liever gezegd, door de Oostvaardersplassen zijn de bedriegers nu zelf bedrogen, want flora en fauna hebben zich niet gehouden aan hun wondermooie toekomstverwachtingen.

 

Bunzing geveld in Bekveld

Hier en daar in de Achterhoek wordt het dier nog wel eens als ulk aangeduid, maar algemeen kennen we deze marterachtige onder de naam bunzing (Mustela putorius). Dat het dier nogal eens verkeersslachtoffer is mocht helaas deze keer ook in Bekveld blijken. Aan de Koningsweg werd bovenstaand (of nog liever liggend) dier aangetroffen onder helaas tragische omstandigheden. Waarschijnlijk een verkeersslachtoffer. Sneu voor het dier, maar wel aangenaam nieuws voor andere diersoorten, zoals de aaskevers, die er meteen domicilie kozen zodat het de een zijn dood is de ander zijn brood, wederom bewaarheid werd.